De schofthoogtemeter, een meetinstrument voor trekhonden

Ansichtkaart hondenkar

Schofthoogtemeter rij 1

Geen paarden of ezels, maar honden die een kar voorttrekken. Dit klinkt ons tegenwoordig vreemd in de oren, maar het was vroeger vrij normaal. Tot ver in de twintigste eeuw maakte de hondenkar deel uit van het Nederlandse straatbeeld. De schofthoogtemeter in de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum herinnert aan deze zware tijd voor honden in Nederland.


Bijna veertig jaar geleden werd dit object gevonden op de zolder van het voormalige gemeentehuis van Waddinxveen. Het is niet raar om zo'n object op een dergelijke plaats aan te treffen. Waarschijnlijk werd het meetinstrument gebruikt door gemeente-inspecteurs of gemeentepolitie om honden te keuren tijdens de jaarlijkse controle van trekhonden. Het instrument bestaat uit hout, metaal en papier en heeft een schaal van 46 tot en met 65 centimeter. Door middel van een lat die naast de hond werd gezet en een dwarslat die op de rug van de hond werd geschoven kon worden bepaald of een hond voldeed aan de gestelde criteria.

 

Het gebruik van honden voor het trekken van karren gaat terug tot in de zeventiende eeuw. Een hond was veel goedkoper om aan te schaffen en te onderhouden dan een paard of ezel. Daardoor was het aantrekkelijk voor mensen die weinig te besteden hadden om een trekhond te gebruiken bij het afleggen van korte afstanden. De hond kon ook als waakhond dienen en kreeg etensresten als voedsel. Een ander praktisch voordeel was dat de hondenkarren makkelijk konden manoeuvreren in nauwe stadsstraten. Hondenkarren werden door postbodes gebruikt maar ook door bakkers, kruideniers, melkboeren, eierhandelaren of marskramers die hun producten aan huis verkochten. Zelfs voor het trekken van ploegen en trekschuiten werden honden ingezet. 


Schofthoogtemeter
Schofthoogtemeter (N.43204)

 

In Frankrijk en Engeland werden hondenkarren al in het midden van de negentiende eeuw verboden. Wat betreft de verbetering van het lot van de trekhonden liep Nederland dus behoorlijk achter. In 1911 en 1927 werden maatregelen genomen om de omstandigheden te verbeteren. Zo werd het verplicht voor houders van trekhonden om zich te registreren en om een vergunning aan te vragen. Een drinkbak, een muilkorf en een goed tuig om de hond aan de kar te spannen moesten aanwezig zijn. Een belangrijke regel uit 1927 hield in dat de honden aan een minimale schofthoogte van 60 centimeter moesten voldoen. Om dit te controleren werd de schofthoogtemeter gebruikt tijdens de jaarlijkse keuring van trekhonden. Verder moest de hond minimaal een jaar oud zijn en konden er maximaal drie honden tegelijkertijd aan een kar of wagen worden bevestigd. 
 

Ansichtkaart hondenkar Zeeland
Ansichtkaart Zeeuwse hondenkar (N.12336)

 

De Anti-Trekhondenbond, later Bond tot Bescherming van Honden genoemd, heeft een belangrijke rol gespeeld in de verbetering van het welzijn van de honden. De vereniging werd opgericht in 1912 en had als doel het afschaffen van de hondenkarren. Arme mensen die vanwege hun kostwinning de trekhond niet konden missen, kregen een bakfiets of een pony met wagen, onder voorwaarde dat ze afstand zouden doen van de hondenkar. Ze mochten hun hond houden, maar alleen als huisdier.


In 1962 kwam er een eind aan het gebruik van honden als trekkracht. Tegenwoordig worden trekhonden alleen gebruikt voor het voorttrekken van sledes. 
 

Hondenkar collectie Nederlands Openluchtmuseum
Hondenkar (NOM.2571.OV)

 

DETAILINFORMATIE


Naam: Schofthoogtemeter
Inventarisnummer: N.43204
Vervaardiger: Onbekend
Datering: Begin twintigste eeuw 
Plaats: Onbekend
Materiaal: Hout, metaal en papier

Klik hier voor meer informatie over de schofthoogtemeter

Ansichtkaart hondenkar
Ansichtkaart hondenkar (AA 171240)