U moet Javascript inschakelen om deze website te bezoeken.
U probeert deze website te bezoeken via Internet Explorer.
Deze website ondersteunt Internet Explorer niet.
Vanaf 2019 adviseert Microsoft aan Windowsgebruikers om te stoppen met het gebruik van Internet Explorer als standaard webbrowser.
Overweeg om één van de volgende gratis browsers te downloaden op uw Windowscomputer:
Wij hopen u gauw te mogen verwelkomen op Openluchtmuseum.nl!
De dood van Doodeheefver. De geleidelijke teloorgang van het bloemetjesbehang
‘Laat behang een rol spelen in ieder huisgezin. Van begin tot eind. Een teken aan de wand.’ Met deze zinnen introduceerde behangfirma Rath & Doodeheefver zijn stalenboek van 1981. Een jaar later sloot het bedrijf noodgedwongen zijn grote fabriek in Amsterdam en concentreerde de productie in het Brabantse Rijen. De woorden in het stalenboek lezen nu als een smeekbede, want veel Nederlanders waren begin jaren tachtig uitgekeken op behang en hadden andere plannen met hun wanden.
Het personeel was in september 1982 volledig verrast door de sluiting van de Amsterdamse fabriek, zo blijkt uit een artikel van de Volkskrant. En heel begrijpelijk. Rath & Doodeheefver was op dat moment al meer dan honderd jaar een gevestigde naam in Nederland. Rond 1900 had het bedrijf voor het eerst kunstenaars ingeschakeld en eigentijdse, artistiek verantwoorde dessins op de markt gebracht. Een samenwerking met de Stichting Goed Wonen in de jaren vijftig had tot een serie vrijwel effen behangsels met een licht kleurenpalet geleid. In de jaren zestig was het aanbod sterk veranderd; pasteltinten maakten plaats voor felle kleuren en flowerpowerpatronen. Ook experimenteerde het bedrijf met nieuwe soorten behang, zoals het Rado-vinyl. Dit papier was voorzien van een laagje pvc, waardoor het oppervlak makkelijk afwasbaar was. Het waren hoogtijdagen voor Rath & Doodeheefver.
Overwegend wit
De opmaat naar de sluiting van de fabriek in Amsterdam in 1982 lag in de jaren zeventig. Hoewel nog een poosje vraag was naar (drukke) dessins, werd toch al vaker voor strakke, witgeschilderde muren gekozen. In oktober 1977 berichtte het Algemeen Dagblad in een interview met opkomend binnenhuisarchitect Jan des Bouvrie dat een ‘overwegend wit, strak en verantwoord’ interieur ook best een plek van ‘gezelligheid’ kon zijn. Hoewel Rath & Doodeheefver met licht weefsel- of reliëfbehang een antwoord op de vraag naar strakke wanden probeerde te bieden, kreeg de firma het steeds moeilijker. Bovendien maakten populaire afwerkingen als schrootjes, schoon metselwerk en ruw gestucte wanden (Spachtelputz) het behang in deze periode zelfs onmogelijk. Onbedoeld profetisch waren de woorden van Rath & Doodeheefver in een advertentie in damesblad Eva van 1 mei 1971: ‘Uw huis is het hart van uw wereld. En de wereld van uw gezin. Het is het decor waarin u steeds weer uzelf kunt zijn. Maar uw wereld verandert. Van jaar tot jaar. En het decor moet daaraan aangepast worden.’
Als oorzaak van de fabriekssluiting en -verhuizing in 1982 noemde Rath & Doodeheefver het ‘instorten van woningbouw’. ‘De mensen verhuizen niet zo snel meer’, zo stelde de firma in Het Parool. De grafische FNV-bond Druk en Papier was kritisch. Die wees juist op ‘de overproduktie van behangselpapier’ als reden van de inkrimping, en vond dat het bedrijf zijn fabriek ‘niet tijdig [had] gemoderniseerd’.
De decorerende verfkwast
Ook het dramatische economische klimaat na de oliecrisis van 1973 en de recessie begin jaren tachtig deden de firma bepaald geen goed. De jaren negentig brachten weliswaar meer welvaart, maar niet genoeg om Rath & Doodeheefver te redden. Het bedrijf werd in 1998 failliet verklaard. Het was nu de verfindustrie die floreerde. Ook muurlatex maakte het mogelijk om in huis uiteenlopende sferen te creëren: een nautisch thema in de badkamer of mediterraanse accenten in de keuken. Zo speelde verffabrikant Histor in 1998 in op de nieuwe woontrend door muurverf in zogenaamde ‘kleurlijnen’ op de markt te brengen. Deze waren ‘geïnspireerd op exotische tinten uit Azië en warme aardtinten uit Toscane’, aldus een krantenbijlage. Ook sponsorden verfproducenten doe-het-zelfboeken die de lezer moesten prikkelen om met technieken als sjabloneren, borstelen en marmeren te experimenteren. En niet alleen de wanden waren doelwit van de decorerende verfkwast, ook vloeren, deuren en plafonds moesten eraan geloven. De jaren negentig zorgden weliswaar voor een romantische opleving, en er werd soms zelfs weer voor bloemetjesbehang (Laura Ashley) gekozen, toch was er voor een firma als Rath & Doodeheefver geen weg meer terug.
Frederik Knegtel
Conservator Wonen