U moet Javascript inschakelen om deze website te bezoeken.
U probeert deze website te bezoeken via Internet Explorer.
Deze website ondersteunt Internet Explorer niet.
Vanaf 2019 adviseert Microsoft aan Windowsgebruikers om te stoppen met het gebruik van Internet Explorer als standaard webbrowser.
Overweeg om één van de volgende gratis browsers te downloaden op uw Windowscomputer:
Wij hopen u gauw te mogen verwelkomen op Openluchtmuseum.nl!
‘Het seylt seer fraay voorwint’. Over ‘De Muis’ en de geschiedenis van het ijszeilen in Nederland
De ijszeiler is tot halverwege de negentiende eeuw het snelste vervoermiddel dat mensen ter beschikking staat. Je kunt er een snelheid van tachtig tot negentig kilometer per uur mee bereiken! IJszeilers hebben slechts drie contactpunten met het ijs in de vorm van schaatsen. Daardoor is er weinig wrijving en wordt windkracht volop benut. Aan weerszijden van de loperplank is een ‘loper’ met een schaats bevestigd. Daarmee staat de voorzijde van de ijszeiler op het ijs. Aan de achterzijde onder het roer zit het derde schaatsijzer, om mee te sturen. Een ijszeiler heet ook wel ijsschuit, ijsloper of ijsvlet.
Vrachten van levensbelang
Door hun breedte waren ijszeilers ongeschikt voor kanalen, grachten en sloten. Op bevroren meren was ijszeilen een uitkomst voor personen- en goederenvervoer. Vooral eilanden profiteerden daarvan, of waren er zelfs van afhankelijk. Post, brood en de dokter kwamen dan per ijszeiler van Monnickendam naar Marken. Voor Urk, Schokland en Wieringen bestonden soortgelijke toeleveringsrelaties. Ook personenvervoer gebeurde met ijsschuiten. Met ijsveerdiensten vergaarden vissers extra inkomsten. Bovendien bleken ijsschuiten uitermate geschikt bij vastgevroren schepen. Zo kon men mensen supersnel in veiligheid brengen en zelfs vastgevroren schepen lostrekken. Hiermee verdienden de redders neveninkomsten.
Het Nederlands Openluchtmuseum bewaart twee ijszeilers. Wie deze ijszeiler bouwde, is onbekend. In 1982 schreef de schenker: ‘Het Zaansche ijsschuitje dat bekend was om zijn kleinte en zijn snelheid als De Muis.’ Opgebouwd is het schuitje 520 centimeter hoog, 272 centimeter breed en 450 centimeter lang.
Een waardevolle uitvinding
IJsschuiten bestaan al 425 jaar. In de Kleine IJstijd, die duurde van de vijftiende tot en met de negentiende eeuw, kwamen veel strenge winters voor. Op 27 januari 1600 vroeg Adriaan Terrier, woonachtig bij Haarlem, het octrooi op zijn ijsschuit. Terrier had er acht jaar aan gewerkt ‘…een Schuit bequaam te maaken, daar meede men sonder Paarden te behoeven, seer spoedelijken soude mee moogen zeilen over het Ys’. De tijd en kosten die Terrier investeerde, zouden in strenge winters alle mensen ten goede komen. De Staten van Holland en West-Friesland onderschreven dat de ijsschuit een nieuwe uitvinding was: ‘by hem eerst gepractiseerd’. Ze verleenden Terrier het octrooi voor tien jaar.
Prentmakers en schilders beeldden de noviteit in de eerste decennia van de zeventiende eeuw af in winterlandschappen en op geografische kaarten. Zoals op deze gravure: ‘Een niew inventie’ over de ‘nieuwe Seylende Schuyt’. De afgebeelde ijsschuit heeft slechts één groot zeil en er zijn tien personen aan boord. Onder de afbeelding lezen we een lofdicht op de ‘cloeckheyt’ van het Hollandse volk, waarvan ook deze uitvinding getuigt. Bovendien zeilt hij ‘fraai’ voor de wind; met de wind van achteren. Ook in latere eeuwen bleef men graag ijsschuiten afbeelden. Als illustratie van de wintermaand februari op een kinderprent, in kwartetspellen en op ansichtkaarten.
Hardzeilen
IJsschuiten werden ook voor plezier gebruikt, bijvoorbeeld op het Haarlemmermeer, de Loosdrechtse en Kagerplassen, het Makkumermeer en de Zuiderzee. Vanaf ongeveer 1850 ging men ook wedstrijden organiseren. Nederlandse emigranten zouden ijszeilen geïntroduceerd hebben in Amerika en Canada. Ook in andere landen raakte ijszeilen in zwang, zoals Rusland, Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Letland. Tegenwoordig reizen Nederlandse ijszeilers in februari af naar bevroren meren elders in Europa voor dit supersnelle en bitterkoude vermaak.
Het ijsschuitje in de collectie van het Openluchtmuseum is volgens ijszeilkenner Jan Blok een snel, wendbaar scheepje dat ‘erg driftig gestuurd’ zal hebben. Er kan slechts een persoon in plaatsnemen. Als het inderdaad uit de omgeving van Zaandam komt, diende het ijsschuitje waarschijnlijk vooral voor pleziervaart en wedstrijdzeilen. Zou ‘De Muis’ vaak gewonnen hebben?
Inge Schriemer
Conservator Ontwikkeling, Zingeving en Ontspanning