U moet Javascript inschakelen om deze website te bezoeken.
U probeert deze website te bezoeken via Internet Explorer.
Deze website ondersteunt Internet Explorer niet.
Vanaf 2019 adviseert Microsoft aan Windowsgebruikers om te stoppen met het gebruik van Internet Explorer als standaard webbrowser.
Overweeg om één van de volgende gratis browsers te downloaden op uw Windowscomputer:
Wij hopen u gauw te mogen verwelkomen op Openluchtmuseum.nl!
Het verdwenen los hoes uit Vasse. Over het gevaar van blitzpoeder
De gebouwen van het Nederlands Openluchtmuseum worden door veel bezoekers gefotografeerd. Een foto is snel gemaakt, en wanneer het binnen te donker is, zorgt één druk op het scherm al voor een flits. Zolang de fotograaf zich maar bewust blijft van zijn of haar omgeving kan dit veilig en snel.
Honderd jaar geleden was fotograferen echter een arbeidsintensief en soms gevaarlijk proces. Zonder automatische flitser was de fotograaf afhankelijk van natuurlijk daglicht, of veel geduld. Hoe minder licht, hoe langer het duurde voordat een foto klaar was. Het gebruik van kunstlicht bood vanaf het laatste kwart van de negentiende eeuw een uitkomst, maar bracht ook risico’s met zich mee.
Een veelgebruikte methode was het inzetten van flitspoeder (ook wel blitzpoeder genoemd): magnesiumpoeder dat bij ontsteking een korte, felle flits gaf. Daarmee werd de belichtingstijd teruggebracht van minuten naar seconden, maar daarbij konden ook vonken verspreid worden. In combinatie met brandbare materialen zoals rieten daken vormde dit een potentieel rampzalige situatie.
Het los hoes uit Vasse
Een van de eerste museale gebouwen die op het museumterrein werd geplaatst, een ‘los hoes’ uit Vasse in Twente, heeft het gebruik van dit flitspoeder niet overleefd. Het gebouw was een van de pronkstukken van het museum bij de opening in 1918; een voorbeeld van een boerderijtype waarbij mens en dier in één grote ruimte leefden en werkten. ‘Los hoes’ betekent ‘open huis’; het woongedeelte loopt direct over in de stal. Het los hoes had daarnaast een ‘achteroet’ (uitbouw), en een gevlochten strogevel.
Op 5 april 1919 was fotograaf F. Woudstra op het terrein aanwezig om in deze woning een interieurfoto te maken. Voor de belichting gebruikte hij blitzpoeder. Dit blitzpoeder was echter eerder vochtig geworden, waardoor er kleine klontjes waren ontstaan. Bij ontbranding kunnen door deze klonten grotere vonken ontstaan dan de bedoeling is. Op het busje uit de museumcollectie wordt dan ook gewaarschuwd om het poeder niet meer te gebruiken nadat het vochtig is geweest. Toen Woudstra het blitzpoeder ontstak, sprongen vonken naar het rieten dak. Binnen enkele ogenblikken stond het dak in brand.
De dichtstbijzijnde telefoon bevond zich bij de vlakbij gelegen begraafplaats Moscowa. Met de auto van de fotograaf reed men daarnaartoe om de brandweer te waarschuwen. Tegen de tijd dat die het museumterrein bereikte, bleek het helaas te laat om het gebouw te redden. Blussen was niet meer mogelijk. De brandweer kon slechts voorkomen dat de bomen in de omgeving vlam vatten. Van het los hoes resteerde slechts een zwartgeblakerde ruïne. Met het gebouw gingen ook veel museale voorwerpen verloren.
Landelijk nieuws
De brand haalde de landelijke pers en werd besproken in diverse (vak)tijdschriften. C.M. Dewald, fotograaf voor het Rijkmuseum, schreef in Lux dat hij het onbegrijpelijk vond dat fotograferen met blitzpoeder in een museale omgeving was toegestaan. Volgens hem zouden de gevaren van ondeugdelijk blitzpoeder bekend moeten zijn bij ‘degelijke fotografen’. Hij speculeerde dat de prijs van het poeder vast een rol moet hebben gespeeld.
Atelier C.R. Goedeljee plaatste vervolgens een advertentie in de Arnhemse Courant om duidelijk te maken dat hij níét de fotograaf was door wiens werk het gebouw in vlammen was opgegaan. Sterker nog, met zijn kunstlichtopname zou zoiets onmogelijk zijn geweest. Woudstra leek dit niet te waarderen en reageerde met een eigen advertentie: het was inderdaad zijn fout, maar zoiets kon iedereen overkomen – ook ‘heer Goedeljee, ondanks zijn Kunstlichtkunst’. Elektrische flitslampen zouden blitzpoeder later verdringen, maar in 1919 waren deze nog niet algemeen beschikbaar voor mobiel gebruik.
Vervanger
Het verlies van het Vasser los hoes was een klap voor het museum, want het leek onvervangbaar. Toch werd al snel een vervanger gevonden op het erve Dubbelink in Beuningen, Overijssel. Dit vergelijkbare, maar vervallen huis werd afgebroken en in Arnhem herbouwd op de plek waar het los hoes uit Vasse had gestaan. Het nieuwe los hoes kreeg opnieuw een ‘achteroet’ en gevlochten strogevel, maar het origineel was voorgoed verloren. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
Maaike Snoek
Wetenschappelijk medewerker