Karaf

Karaf

Karaf rij 1

Jaarlijks drinken we in Nederland gemiddeld twintig liter wijn per inwoner. Dat was in de Gouden Eeuw wel anders. Brede lagen van de bevolking dronken voornamelijk regenwater en slap bier. Natuurlijk was er ook wijn, voor de welgestelden. Die wijn werd verhandeld en thuis bewaard in vaten. Met een messing of houten kraan tapte men de wijn in grote tinnen of aardewerken kannen om uit te drinken. Daarnaast werd wijn verhandeld in flessen: bolle, donkergroene exemplaren, afgesloten met zegellak. Deze flessen werden ook op tafel gebruikt. Voor wie het breed had bestonden er vanaf het einde van de zeventiende eeuw chique flessen met geslepen decoraties en zilveren stoppen. Nu zou men zoiets een karaf noemen. Tot ongeveer 1800 heette zo'n voorwerp echter gewoon een fles. De term karaf wordt pas in de loop van de negentiende eeuw algemeen gebruikt. Bovendien was het merendeel van deze karaffen in gebruik voor water, niet voor wijn. Eenmaal op tafel werd de wijn uit een roemer, een soort wijnglas, of kleine kannen gedronken. Het gebruik van kannen aan tafel houdt rond 1750 op. Wijnkelken en -glazen worden in de loop van de achttiende eeuw populair.

Karaf
Karaf (N.603)

 

De karaf

De hier afgebeelde karaf heeft een bolvormig lichaam met acht verticaal ingeknepen ribben die aan de bovenzijde verbonden zijn met een geribde band en overgaan in een rechte hals met een gekartelde druipring. Het model bestaat al vanaf het einde van de zeventiende eeuw. Diverse exemplaren zijn gegraveerd met druivenranken. De zwarte decoratie op deze kruik lijkt op een Schwarzlot beschildering. Dergelijke beschilderingen zijn ingebrand en hebben het effect van gravures. Het voordeel is dat ze nooit slijten. De beschildering op deze karaf is al deels verdwenen, en dus waarschijnlijk koud opgebracht. De decoratie bestaat uit een molen, een ooievaar en druivenranken. Een ooievaar staat vaak symbool voor geboorte; een druivenrank voor vruchtbaarheid. Al met al kan deze karaf dienst hebben gedaan bij een bruiloft maar evengoed bij een geboorte. Niets daarover is met zekerheid bekend.

Wijnkan
Wijnkan (NOM.34886-63)

 

Bruidstranen

Zes vergelijkbare karaffen in kasteel Twickel bij Delden zijn waarschijnlijk gebruikt tijdens de bruiloft van jonkvrouw Marie Cornélie gravin van Wassenaer Obdam met Jacob Derk Carel baron van Heeckeren van Kell op 14 december 1831. De karaffen worden door de beheerders van dit kasteel geassocieerd met het drankje hipocras of bruidstranen, een aangezoete kruidenwijn. Van deze beide termen is hipocras de oudste: al in de achttiende eeuw is er in Nederlandse receptenboeken en in de handel sprake van. De term 'bruidstranen' voor een huwelijksdrankje is van later datum en kwam waarschijnlijk pas vanaf 1820-1840 in zwang, en dan nog alleen onder welgestelde lieden. Men serveert dit drankje dan in met linten versierde flesjes. De term bruidskaraf is waarschijnlijk nog jonger, mogelijk twintigste-eeuws.

 

DETAILINFORMATIE

Naam: Karaf
Inventarisnummer: N.603
Vervaardiger: Onbekend
Datering: 1800-1850
Plaats: Onbekend
Materiaal: Glas

Roemer
Roemer (NOM.49618-77)