Verjaardagskalender

Verjaardagskalender

door conservator Hans Piena

Verjaardagskalender op de wcWaarom willen wij pas met de broek op de enkels herinnerd worden aan de verjaardag van oma? Het is gek maar in de meeste Nederlandse huis-houdens hangt de verjaardagskalender op de wc. Met enige huivering gleed m’n oog langs de trits kaartjes die ik onlangs zelf kreeg. Want omgekeerd is het nog gênanter. Wie van de afzenders dacht pas in deels ontklede staat aan míjn verjaardag? Oom Piet? Oma? Mijn moeder? M’n oude buurman? Die collega ook…?

Jagers-verzamelaars

FacebookvriendenAntropologen hebben uitgedokterd dat wij met maximaal 150 mensen een betekenisvolle wederzijdse relatie kunnen onderhouden. Denk aan je gezin, directe en aangetrouwde familie, buren, klasgenoten, verenigingsleden en bijvoorbeeld een paar dierbare collega’s. Ook archeologen ondervonden dat groepen jagers-verzamelaars en steentijddorpen uit niet meer dan 150 individuen bestonden. Wordt de groep groter, dan hebben we naambordjes, een smoelenboek, een leider, afspraken en wetten nodig of gaat de groep zich splitsen.

De verjaardagskalender is niet meer en niet minder dan een register van zo’n groep. Wat dat betreft zijn we sociaal gezien nog steeds jagers-verzamelaars. Dit in tegenstelling tot wat sociale media ons laat geloven. Maar het als flippo’s verzamelen en etaleren van honderden ‘vrienden’ op Facebook is eerder ingegeven door competitie. Het enige dat we met veel van dat soort vrienden gemeen hebben is een internetaansluiting. Tenzij je natuurlijk gelooft dat je Facebook-vriendschap met Lady Gaga wederzijds is.

Woondecoratie

Op mijn studentenkamer had ik er nog geen. Pas toen ik trouwde en we een gezamenlijk huishouden begonnen, kwam er een verjaardagskalender op de wc. Dat hoort bij een serieus begin, net als kussentjes op de bank. Eerst keek ik dagelijks wie er jarig zou worden. Maar al snel zag ik nog slechts wie er op de dag zelf jarig was. Nét op tijd om te bellen maar te laat voor een kaartje. Na een tijdje keek ik nauwelijks meer. Bij het omslaan van de blaadjes inventariseerde ik gelaten wie ik die maand weer allemaal vergeten was. De kalender bleef hangen, maar meer en meer als woondecoratie.

Waarom op de wc?

Verjaardag op de wcBij de inrichting van de wc proberen we met alle middelen pies en poep te ontkennen. Er hangt een bloemetjesgeur en een wijze spreuk. Voor het idee is er een wasbakje, een handdoekje en een prullenbakje, alle drie onbruikbaar klein. En er prijkt dus die verjaardagskalender met vogeltjes, vlinders of paddenstoelen. Daarmee willen we laten zien dat wij tot een nette groep mensen horen die aan elkaar denken. Dat maakt het iets minder pies en poep.

Wie wél en wie niet tot de clan horen is een gevoelige zaak. Ook daarom hangt de kalender niet in het openbaar maar op de wc. Wie heeft er niet bij derden schielijk gecheckt of je er zelf op staat? Als dat niet het geval is heb je drie mogelijkheden:

  1. je incasseert het in stilte;
  2. je zet jezelf er op;
  3. je roept schertsend ‘of je er soms niet bij hoort’.
Maar in alle drie de gevallen is de uitkomst niet beïnvloedbaar. Je hoort er bij of niet.

Op je eigen kalender namen doorkrassen is er niet bij. De doorgestreepte feeks van een ex-schoon-dochter blijft je op de intiemste momenten recht in je gezicht staren. Dus koop je een nieuwe kalender voor een nu opgeschoonde clan.

Kringetje

KringetjeEen verjaardagskalender is eigenlijk niet meer van deze tijd. Tegenwoordig krijg je een kattenbelletje van je elektronische agenda. En het versturen van een e-card kan ongetwijfeld ook automatisch. De verjaardagskalender stamt uit de tijd dat je familie, buren en collega’s moest uitnodigen en je andersom ook verschijningsplicht had. Gezellig in een kringetje op de stoelen van zolder, voor de tachtigste keer het geschetter van je tante aanhoren, tot het laat genoeg was om met goed fatsoen naar huis te kunnen. Iemand niet uitnodigen of zelf wegblijven deed je gewoon niet - of dan alleen als je definitief gebrouilleerd was.

Het laatste kruisje

De verjaardagskalender van mijn oma heb ik altijd bewaard. Ze raakte op een gegeven moment de tel kwijt. Wordt Alie dit jaar nou tachtig of eenentachtig? Met bibberige hand schreef oma er dan het geboortejaar achter. Maar dat kon niet verhinderen dat ze haar één voor één verlieten. Soms ging er geen maand voorbij of ze had wel een begrafenis. Voor die namen zette ze dan een †. Zo veranderde haar kalender langzaam in een dodenlijstje. Het werd stil om haar heen. De telefoon leek wel stuk. Tot er tussen haar en de dood niemand meer over was. Het laatste kruisje moest ik er tenslotte zelf opzetten, haar eigen kruisje.