Spijkerbroek

Spijkerbroek

Onderzoek naar het kleedgedrag van de hedendaagse man

door Hans Piena op 15-2-2015

SpijkerbroekDeel 1 van 3. Naar het werk
“Today’s men’s fashion is a serious attempt to blend in with the wall paper” stelde men eens in een BBC documentaire. En zo is het ook in Nederland. Grijs, zwart en donkerblauw, die kleuren domineren als de Nederlandse man naar zijn werk gaat.


Slijtage
Een voorgesleten spijkerbroek is daarbij verplicht. Maar niet iedereen draagt dezelfde mate van slijtage. Daarin zijn drie onbeschreven wetten. De eerste luidt: hoe ouder, hoe minder slijtage. Bejaarden zie je nooit in een volledig verteerde broek. Hoe meer je zelf versleten bent, hoe minder cool slijtage nog is. En velen van hen zijn opgevoed door ouders voor wie armoede een reëel gevaar was. Een huisvrouw destijds was iemand die gaten onzichtbaar kon verstellen.
Tieners dragen de meest versleten broeken. Onder hen geldt een tweede wet: hoe belangrijker de gelegenheid, hoe meer slijtage. Kunnen tieners doordeweeks nog toe met een gat of drie, de uitgaansbroek toont eerder hun eigen gat dan wat anders.

De derde wet luidt: hoe ruiger het werk, hoe minder slijtage. De echte mannen in mijn straat, stukadoors, bouwvakkers en marktkraambouwers, gaan zonder gaten naar hun werk. Maar mijn reclame-buurman, die nooit buiten komt en de hele dag alleen zijn aaipet aait, uitgerekend hij hult zich in lompen vol witte vlekken, een doorgeschuurd zitvlak en van boven tot onder een reeks scheuren over iedere dij.

Cowboy
De andere buurman kwam op een ochtend met een cowboyhoed op zijn fiets uit het schuurtje.Hij heet Jan en is achterin de vijftig. Jan Wayne noemen we hem sindsdien. Hij is niet de enige van zijn generatie. Het moeten de cowboy films zijn die in hun jeugd grote indruk maakten zoals “A fist full of dollars” (1964), “The good, the bad and the ugly” (1966) en “Once upon a time in the west” (1968). En ook hier kiezen ze voor een zichtbaar versleten exemplaar.

Overleven
En dan de rugzakjes en de jassen. Al jaren verwonder ik me over de merken en emblemen. Zo heb je de windstreken als Eastpak, West Coast Choppers, Jack & Jones South en Northwest Outfitters. Dan zijn er de wilde beesten zoals Jack Wolfskin, Fjäll Ravenen Wildebeast. Of we gaan de bergen in getuige merken als The North Face,Ice Peak en Swiss Gear. Tot slot zijn er de merken die de noodzaak tot het beheersen van overlevingskunsten doen vermoeden zoals Professional Outdoor Gear, ResQ, en SUR:5:AL. Het moet hard zijn, daar op het werk. En alles wijst er op dat dat werk plaats vindt aan de meest onherbergzame randen van onze planeet.

Gezien de opschriften verwacht je in deze rugzakjes een slangenbeet-set, een berendolk, stijgijzers en een alarmpistool met lawinekogels. Niets verraadt de werkelijke inhoud: twee bammetjes, pilletjes tegen de hoofdpijn en een pakje tissues. De dragers van het merk Freitag zijn wellicht nog het eerlijkst. Die bekennen al vanaf maandag dat ze naar het weekend verlangen. Ik heb nog nooit, echt nog nooit een vent naar het werk zien gaan met op z’n rugzak gewoon de tekst: “Naar m’n werk.”

Ruig
Wat willen al die mannen zeggen met die slijtage en ruige merken? “Ik ga vandaag dan wel weer braafjes naar mijn toetsenbord maar ik heb hiernaast nog een heel ruig leven hoor!”En omdat dat niet waar is kopen ze ter compensatie een illusie: dat van zandstormen, bijtende koud, wilde paarden, zweet, krakend leer, rauw geschreeuw, spieren, bier, onbegaanbaar terrein, blokhutten, kampvuren en slapen onder een sterrenhemel. Desondanks ruiken ze Omo fris. En ook het maagdelijk shirt boven zijn totaal versleten broek heeft nooit meer gezien dan kastpapier en wasverzachter.

En als ik de gaten zie, de scheuren, vlekken en franjes aan het achterwerk van mijn reclame-buurman, dan denk ik eerder aan die fabrieksarbeider in een lage-lonen-land, die daarvoor dag in dag uit met schuren, zandstralen en chemicaliën in de weer is, de enige met een echt taai leven.

Lees ook deel 2: Aan de wandel en deel 3: Op de racefiets.