Geschiedenis van het museum rij1

Een eeuw Nederlands Openluchtmuseum

Het Nederlands Openluchtmuseum vestigde zich ruim honderd jaar geleden op een gedeelte van landgoed De Waterberg. In 1726 werd de burgemeester van Arnhem, Adriaan Menthen, eigenaar van het gebied. De familie Menthen maakte een klein paradijs van de buitenplaats. De wellen op het heuvelachtige terrein werden uitgegraven tot sprengen en vijvers. Het landgoed kreeg de passende naam De Waterberg. In 1825 kwam het in het bezit van Hendrik Jacob Carel Jan Baron Van Heeckeren van Enghuizen, tevens eigenaar van de buitenplaats Sonsbeek. Op De Waterberg stond in die tijd een herenhuis met koetshuis en een boerderij met bijgebouwen. De akkers en weilanden met boomgaarden omvatten ruim 65 hectare. Daarnaast lag op het landgoed een flinke tuin en een groot bos met meer dan 15.000 beuken en dennen. 

Boerderij uit Arnhem, 1763-1821. Collectie Nederlands Openluchtmuseum
Boerderij uit Arnhem, 1763-1821. 
Collectie Nederlands Openluchtmuseum

Landgoed De Waterberg 

In 1899 kocht de gemeente Arnhem landgoed De Waterberg aan. Het herenhuis en koetshuis, die ten oosten van het huidige museumterrein stonden, waren toen al enige tijd afgebroken. Delen van de op de glooiende Veluwse stuwwal opgetrokken buitenplaats zijn in het terrein nog goed zichtbaar, zoals het bos, de lanen en de grote weide. Ook in de vijvers en een gedeelte van de paden is het landgoed terug te vinden. Twee gebouwen die bij De Waterberg hoorden staan nog in het Nederlands Openluchtmuseum en maken deel uit van de collectie: de witte boerderij en de erachter gelegen dubbele arbeiderswoning.

Affiche Vaderlandsch Historisch Volksfeest, 1919. Collectie Nederlands Openluchtmuseum
         Affiche Vaderlandsch Historisch
         Volksfeest, 1919. Collectie
         Nederlands Openluchtmuseum

Ontwikkeling van het museum

Aan het einde van de 19e eeuw veranderde Nederland in een razend tempo. De industriële revolutie bracht vooruitgang en welvaart, tegelijk dreigden traditionele bouwwerken met daarin uitgeoefende ambachten verloren te gaan. Uit bezorgdheid over deze ontwikkelingen werd in 1912 door een aantal particulieren naar Scandinavisch voorbeeld de Vereeniging ‘Het Nederlandsch Openluchtmuseum’ opgericht. De stichters pachtten circa 31 hectare van het voormalige landgoed De Waterberg van de gemeente Arnhem. Enkele elders afgebroken gebouwen werden in Arnhem weer opgebouwd.

 

Het Nederlands Openluchtmuseum opende op 13 juli 1918 zijn poorten aan de Schelmseweg. Een jaar later is het museum het toneel van het Vaderlandsch Historisch Volksfeest, een groot vredesfeest om de afloop van de Eerste Wereldoorlog te vieren. Volgens de overlevering kwamen er in drie dagen ‘minstens 400.000’ bezoekers op af.

Groep evacués voor radmakerij in het Nederlands Openluchtmuseum, 1944. Collectie Nederlands Openluchtmuseum
Groep evacués voor radmakerij in het
Nederlands Openluchtmuseum, 1944. 
Collectie Nederlands Openluchtmuseum

Oorlogsperiode

Al in de jaren ’30 stijgt de druk om het museum in te zetten voor ‘volkse propaganda’. Deze ideologie krijgt echter geen voet aan de grond, zelfs niet als het museum in 1941 – tijdens de bezetting – een (hét) Rijksmuseum voor Volkskunde wordt. Tijdens de slag om Arnhem biedt het museum onderdak aan 600 evacués en verzetsmensen. Begin 1945 verwoest een V1 bom een van de tentoonstellingsgebouwen waar kort daarvoor nog tientallen mensen woonden. Ook de prachtige verzamelingen streekdrachten en beschilderde meubels gaan in het oorlogsgeweld grotendeels verloren.

 

Na de oorlog breidde het Openluchtmuseum in 1962 met zo'n 12 hectare in noordelijke richting uit.

 

 

Schotel ter herinnering aan 75 jaar Nederlands Openluchtmuseum, 1987. Collectie Nederlands Openluchtmuseum
        Schotel ter herinnering aan 75 jaar
        Nederlands Openluchtmuseum, 1987. 
        Collectie Nederlands Openluchtmuseum

Aan een zijden draad

Als gevolg van drastische bezuinigingen vanuit Den Haag dreigde het Nederlands Openluchtmuseum in 1987, het museum bestaat 75 jaar, te moeten sluiten. Mede door massale publieksacties en veel aandacht van de media bleef het museum open.

 

Gevolg van deze roerige periode was dat het ‘Rijksmuseum voor Volkskunde’ verzelfstandigde. Vanaf 1991 ging het museum verder als Stichting ‘Het Nederlands Openluchtmuseum’. De collectie bleef eigendom van het Rijk en voor het beheer en onderhoud ontving de stichting voortaan jaarlijks een bijdrage. Ook kreeg het museum zelf de verantwoordelijkheid voor de exploitatie.

 

Replica van de tramremise uit Arnhem, 1996. Collectie Nederlands Openluchtmuseum
Replica van de tramremise uit Arnhem, 1996. 
Collectie Nederlands Openluchtmuseum

Verlevendiging

Sinds de verzelfstandiging is het museum een andere koers gaan varen. Er vond een verschuiving plaats van het leven en werken op het platteland naar de cultuur van het dagelijks leven. Daarnaast maakten de stillevens in en rond de gebouwen plaats voor levendige presentaties. Nieuwe historische bouwwerken verrijkten de collectie. Ook deed de tram intrede in het park. Bij de al eerder naar de westzijde van het museumpark verplaatste ingang werd een nieuw entreepaviljoen gebouwd. De koerswending leverde het museum in 2005 de titel ‘Europees museum van het jaar’ op. 

 

In 2011 werd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap besloten dat de Canon van Nederland een plek moest krijgen in het Nederlands Openluchtmuseum. Samen met het Rijksmuseum werd gestalte gegeven aan de invulling van deze tentoonstelling. Vanaf september 2017 is het nieuwe entreepaviljoen met de prikkelende presentatie de Canon van Nederland open voor het publiek. Naast de presentatie zijn in het museumpark verschillende canonvensters te zien, zoals de Gasbel en de Watersnoodramp van 1953, de Eerste Wereldoorlog, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de Statenbijbel, de Slavernij, Karel de Grote, Willem Drees en De Stijl. In het schooltje uit Lhee wordt aandacht besteed aan de historische relatie tussen onderwijs en kinderarbeid. In de komende jaren worden de canonvensters in het museumpark verder uitgebreid.

 

Het Nederlands Openluchtmuseum is nu het best bezochte museum buiten de randstad en ontvangt ruim 550.000 bezoekers per jaar.

  

                 Canon van Nederland                Canon van Nederland                Canon van Nederland