Nederlands Openluchtmuseum, het leukste dagje oud  Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

Landgoed

Ontstaan van het landgoed
Het Openluchtmuseum is gevestigd op voormalig landgoed De Waterberg. In 1726 werd de burgemeester van Arnhem Adriaan Menthen eigenaar van het gebied. Het bleef familiebezit tot 1757. In deze periode veranderde er veel. Onder de Merthens ontstond het landgoed de Waterberg. In 1757 stonden er een huis en een schuur met een tuin, een  vijver, eiken-, beuken- en dennenbossen en een groot stuk bouwland. Dit bouwland is nu nog de grote weide met de grote akker. De familie maakte er een klein paradijs voor haarzelf van en gaf het de  naam De Waterberg.

De Waterberg
Van 1763 tot 1825 was het landgoed eigendom van de familie Gaaymans. In 1825 verkocht de familie het aan de eigenaar van het nabijgelegen Sonsbeek, Hendrik Jacob Carel Jan Baron Van Heeckeren van Enghuizen. Sonsbeek werd met deze aankoop een zeer groot landgoed.

Op de Waterberg stond in die tijd uit een herenhuis met een koetshuis, een boerderij met loods (onze Witte Boerderij), een schuur en een hooiberg. Er was ongeveer 65 hectare bouw- en weiland met boomgaarden, een tuin van bijna 0,8 hectare en een gigantisch bos met  meer dan 15.000 beuken en dennen.
De baron liet het herenhuis en het koetshuis direct afbreken. Hij had elders al een onderkomen en gebruikte de stenen van deze afbraak voor het bouwen van een koepel op Sonsbeek.
 
Twee gebouwen
Twee gebouwen die bij het landgoed hoorden, staan nog steeds in het museum. De witte boerderij is het oudste gebouw van het museum en stond er al voor 1825. Deze boerderij is door de familie Gaaymans gebouwd en werd verpacht. De boerderij is nu in gebruik als dienstgebouw.
Achter de witte boerderij staat een tweede gebouw, dat in 1857 als dubbele woning  werd opgetrokken. In het dubbele woonhuis vindt u twee van onze museale hoogtepunten: de Hindelooper kamer en de rosmolen voor het grutterijbedrijf.
 
In 1899 kocht de Gemeente Arnhem het grootste deel van Sonsbeek, waaronder de Waterberg. In 1914 werd hieruit 28 hectare in erfpacht gegeven aan de Vereniging 'Het Nederlandsch Openluchtmuseum'. In 1918 opende het museum.