Nederlands Openluchtmuseum, het leukste dagje oud  Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

Tracé

De tramlijn in het museum is in totaal 1,7 kilometer lang. De tramlijn loopt min of meer in een cirkel door het hele park. Hierdoor kunt u als bezoeker makkelijker van de éne kant van het museumpark naar de andere kant komen. Er zijn zes tramhaltes waar de tram stopt.

Wissels en waarschuwingslicht

In totaal zijn er elf wissels op de trambaan. De wissels van het inhaalspoor op de Grote Weide zijn elektrisch bedienbaar. Onderweg zijn er ook waarschuwingslichten voor het overige wegverkeer. De conducteur zet de meeste lichten met een sleutel op het perron aan. De tram schakelt ze automatisch uit met een contact in de bovenleiding.

Hellingen

Het tracé ligt in een heuvelachtig terrein met hellingen tot 4,5%, wat niet zo gebruikelijk is in de tramwereld. Vooral bij ‘glad weer’ moeten bestuurders goed opletten om te zorgen dat de tram niet doorglijdt.
Tussen het laagste punt (Kasteelboerderij) en het hoogste punt nabij halte Dingenliefde zit 25 meter hoogteverschil!

Krappe straal

Bij de aanleg van de baan in 1996 moest een weg gevonden worden tussen de museale gebouwen. Dat resulteerde in vele bogen met een krappe straal (tot radius 24 m). Hierdoor kan de maximum snelheid van de trams maar 15 tot 20 km/h zijn. Voor de bezoeker is daarom de reis met de museumtram een hele belevenis!

Keerdriehoek

Wielen slijten aan één kant wanneer de trams alsmaar rondjes in dezelfde richting rijden. Dat komt omdat de rails de tram sturen. Gelukkig zijn de meeste trams van twee kanten bestuurbaar. Daarom keert de tram af en toe. Hiermee worden eenzijdige wielslijtage voorkomen. Dit 'keren' gebeurt in de keerdriehoek.