Tracé
De spoorlijn in het museum is in totaal 2,1 kilometer lang en loopt min of meer in een cirkel door het hele park. Hierdoor kunt u als bezoeker tegenwoordig al vroeg op de dag aan de andere kant van het museum vertoeven. Er zijn zes tramhaltes waar de tram stopt.
Het tracé ligt in een heuvelachtig terrein, wat niet zo gebruikelijk is in de tramwereld. Vooral bij ‘glad weer’ moeten bestuurders goed opletten om te zorgen dat de tram niet doorglijdt. Keerdriehoek Wanneer de trams alsmaar rondjes in dezelfde richting rijden, slijten de wielen onregelmatig. Gelukkig is een tram, net als een trein, van twee kanten bestuurbaar dus af en toe keert de tram. Hiermee worden uitslijtende wielen voorkomen. Dit keren gebeurt in de keerdriehoek. Een keerdriehoek is ook handig wanneer de ene tram een andere wil passeren. |
|