Molens
Van handmolen tot windmolen: de uitvinding van de molen
De windmolen
De watermolen
Wat voor werk deed een molen?
De uitvinding van de molen
Vóór de uitvinding van de windmolen zoals jij die kent, moesten mensen graan malen met de hand, met handmolens. Een koffiemolen bijvoorbeeld is ook een handmolen. Na de handmolen kwam de tredmolen, een molen waarin een hond kon lopen.
Rosmolen
Nog weer later bedachten de mensen de rosmolen; een molen die door een paard werd voortgeduwd. In het openluchtmuseum staat een wasserij die werd aangedreven door een paard.
Windmolen
De uitvinding van de windmolen maakte het werk nog gemakkelijker. De windmolen is in Nederland de bekendste molen. Er kon van alles mee worden gedaan: water wegpompen (heel belangrijk in een waterland als Nederland), graan malen en zelfs verf maken.
Stoommachine
Windmolens zijn een mooie uitvinding, maar er is ook een probleem. Als het niet waaide, kon er niet gewerkt worden. En als het wel waaide, moest er heel hard gewerkt worden, ook 's nachts. Een molenaar werkte dan wel 16 uur op een dag. Geen wonder dat men koos voor de stoommachine, toen die eenmaal was uitgevonden. Een stoommachine werkt altijd! Tegenwoordig is ook de stoommachine ouderwets, want we hebben elektriciteit. Maar stoomdruk wordt nog altijd gebruikt in de moderne techniek.
Naar boven
De Windmolen
De werking van een windmolen
Er zijn verschillende windmolens, maar één ding is hetzelfde: ze werken allemaal op wind!
Zo werken de meeste graanmolens:
Door het waaien van de wind gaan de vier wieken draaien. Aan die wieken zit binnen in de molen een molenas. Die as gaat meedraaien met de wieken. Daardoor gaan de tandwielen en de volgende as die rechtop staat, draaien en zodoende kom je uiteindelijk bij de graansteen terecht, die over een andere steen gaat draaien.
De wind komt in Nederland bijna elke dag van een andere kant. Als de wind draait, moet de molenaar de wieken zo op de wind zetten, dat de wieken goed blijven draaien. Dat heet kruien. Soms kan dat door de hele molen te draaien. Dan is de molen een onderkruier. Het kan ook door alleen de bovenste kap te draaien, dat heet een bovenkruier.
Verschillende soorten windmolens
Er waren verschillende soorten windmolens: grote en kleine, molens van steen en molens van hout. Een graanmolen is meestal een grote stenen molen. Een aanbrengertje is een heel klein molentje, dat in de sloot stond. Een vijzeltje (een soort kurkentrekker) voerde het water in een sloot een stukje omhoog. Zo zorgde het molentje ervoor dat het water in de wei niet te hoog kwam te staan en op tijd werd 'weggemalen'.
Een voorbeeld van een houten molen is de houtzaagmolen, die dikke boomstammen tot planken zaagt.
Molentaal
Een molen kan berichten geven, door de wieken in een afgesproken stand te zetten. Iedereen die ernaar kijkt, weet wat er aan de hand is. Staan de wieken helemaal recht (als een plus-teken), dan is de molenaar even weg, maar komt gauw weer terug.
Al eeuwenlang is het de gewoonte om bij bijzondere gebeurtenissen de molen stil te zetten: bij feesten, maar ook bij een begrafenis. Die traditie bestaat nog steeds. Als er een feest is, worden de wieken mooi versierd met vlaggen, wimpels, harten, sterren, bloemslingers enzovoort. Iedere molen heeft zijn eigen mooimakersgoed. Het is wel een flinke klus om dat mooimakersgoed op te hangen!
Er zijn ook speciale afspraken die niet in het hele land hetzelfde zijn. De molenaar kan dan bijvoorbeeld laten weten dat de molen gerepareerd moet worden en dat er een molenmaker moet komen.
Tegenwoordig is het makkelijker om de telefoon te gebruiken, maar vroeger was het handig. De molen was hoog en werd door veel mensen gezien. In de oorlog kwam het wel voor dat de molenaar de wieken in een bepaalde stand zette, zodat onderduikers of mensen uit het verzet werden gewaarschuwd voor gevaar.
Naar boven
De Watermolen
Heb je wel eens een watermolen gezien? Watermolens vallen niet zo op in het landschap. Het zijn vaak kleine gebouwen die aan het water liggen. Je herkent een watermolen aan het waterrad aan de zijkant van het gebouw.
Met een watermolen kun je hetzelfde doen als met een windmolen. Op de Veluwe waren de papiermolens heel bekend. Het water was daar heel zuiver en dat was nodig om mooi wit papier te kunnen maken.
Het Openluchtmuseum heeft een watermolen. Daarin wordt papier gemaakt.
Naar boven
Wat voor werk deed een molen?
Molens werden overal voor gebruikt: om graan te malen, om planken te zagen, verfstoffen te persen, enzovoort. Het museum heeft verschillende molens.
Delftse molen: van graan tot meel
De korenmolen was heel belangrijk voor de mensen in Nederland! Een korenmolen maalt het graan tot meel, zodat er brood van kan worden gebakken. De molen in het Openluchtmuseum is een stellingmolen uit Delft. Rondom, hoog op de molen, is een groot balkon, dat is de stelling. Hier kon de molenaar rondlopen en de wieken bedienen. Stellingmolens stonden meestal in dorpen en steden. De molens waren zo hoog, dat ze nog gemakkelijk boven de huizen uitstaken. Zo konden ze toch genoeg wind vangen om de zware molenstenen te laten draaien.
Paltrokmolen: van boom tot plank
Heel vroeger werd hout met de hand gezaagd. Maar met een houtzaagmolen gaat dat een heel stuk sneller! Een houtzaagmolen kon wel 80 boomstammen op een dag tot planken zagen.
De boomstammen kwamen per schip vanuit het buitenland. Het schip loste de stammen in de haven. De knechten van de molenaar zorgden ervoor dat de stammen bij de molen terecht kwamen. Ze maakten vlotten van de stammen en duwden die met lange stokken door de sloot naar de molen. Een houtzaagmolen stond dan ook altijd dicht bij het water.
De papiermolen: van lompen tot papier
In deze watermolen werd papier gemaakt. Het werd gemaakt van witte lompen, dat zijn oude kleren. Die lompen werden met messen eerst in kleine stukjes gescheurd. Het waterrad drijft binnen in de molen een as aan. De hamers die eraan vastzitten, stampen de lompen helemaal fijn. Net zolang tot het, gemengd met water, een papje wordt. Met een schepraam, een soort zeef, wordt een beetje van de lompenbrij opgeschept. Het water wordt eruit geperst, zodat alleen het papier overblijft. Het papier wordt op zolder te drogen gehangen. Na een week is het droog.
Naar boven
|