Papier
De papierindustrie
Vroeger werd er lang niet zoveel papier gebruikt als nu. De meeste mensen konden niet eens lezen. Boeken moesten toen ook nog allemaal met de hand gemaakt worden. Ze waren dus heel duur. Alleen monniken en andere belangrijke mensen lazen boeken.
Meer vraag naar papier
Rond 1500 werd de boekdrukkunst uitgevonden. Het oudste gedrukte boek dat is gevonden, is door Gutenberg gedrukt. Toen eenmaal de boekdrukkunst was uitgevonden, kwam er veel meer vraag naar papier. Steeds meer mensen leerden ook lezen op school.
Papiermolens
Daarom waren er in de 17e eeuw twee gebieden ontstaan waar papier gemaakt werd: in de Zaanstreek en op de Veluwe. In de Zaanstreek werd heel veel papier gemaakt met windmolens. Op de Veluwe stonden vaak kleinere papiermolens die door water werden aangedreven. De papiermolenaar had vaak ook nog een boerenbedrijfje. In het Openluchtmuseum staat zo'n Veluwse papiermolen.
Stoomkracht
In de 19e eeuw kwamen er papiermachines, die op stoomkracht werkten. Die konden meer papier tegelijk maken dan de kleine papiermolens. Voortaan werd ook hout gebruikt om papier van te maken in plaats van stofvezels. De meeste kleine papiermolens hadden geen geld om mee te doen met alle veranderingen. Daarom moesten steeds meer papiermolens sluiten.
Naar boven
Hoe werd papier gemaakt?
Om papier te maken was schoon water nodig. Met vies water zou het papier bruin worden. Papier werd gemaakt van vezels. Die zaten in lompen, vodden, oude zeilen en afgedankte touwen. De lompen moesten eerst worden gescheurd en gesneden, anders waren ze te groot. Meestal deden vrouwen, kinderen en bejaarden dit stoffige en ongezonde werk.
Lompen stampen
Als de lompen fijn gesneden waren, werden ze in een bak met water gegooid, waar een ronddraaiende as met grote hamers erop, op de stof gingen beuken. Net zo lang tot er een witte brij ontstond.
Papier scheppen in een schepraam
De molenaar schepte een beetje brij in het schepraam, een rechthoekige zeef. Zo glad mogelijk, want dan kreeg je het mooiste papier.
Persen en drogen
In een grote pers duwde hij het water eruit, zodat alleen het papier overbleef. Het natte papiertje werd opgehangen om te drogen. Zo konden 2500 vellen per dag gemaakt worden.
Vergelijk dat maar eens met nu. Tegenwoordig worden zonder ooit te hoeven stoppen lange rollen papier gemaakt.
Naar boven
Papier drukken
De eerste boeken werden met de hand gemaakt. Dat was gewoon een kwestie van overschrijven. Meestal waren het monniken die een boek overschreven. Ze maakten er vaak mooie tekeningen en versieringen bij. Je begrijpt dat dit heel veel werk was, een 'monnikenwerk'. Boeken waren in die tijd heel duur en zeldzaam.
Uitvinding van de boekdrukkunst
De eerste gedrukte boeken werden gemaakt met een soort houten stempels. In een blok hout werden alle letters en tekeningen uitgesneden. Daarna konden ze worden gestempeld op papier. Zulke boeken werden blokboeken genoemd.
Waarschijnlijk vond de Duitser Johannes Gutenberg uit Mainz de boekdrukkunst uit in de vijftiende eeuw. Hij bedacht hoe je met losse letters kon drukken. De letters konden keer op keer gebruikt worden. Drukken was toen nog steeds veel werk: iedere letter moest met de hand in een frame worden gezet, totdat de hele bladzijde klaar was om gedrukt te worden.
Gutenberg vond ook de drukpers uit. De drukpers drukte een vel papier tegen de letters met inkt aan. Zijn uitvinding werd tot in de 19e eeuw gebruikt. Toen kwamen er andere soorten persen en werden de persen door stoomkracht aangedreven. Ook het letter-zetten hoefde niet meer met de hand te gebeuren, er kwamen letterzetmachines. Tegenwoordig zijn er grote drukkerijen, waar miljoenen boeken, tijdschriften en kranten worden gedrukt.
De drukkerij in het museum
De drukkerij in het museum is een kleine drukkerij van voor de Tweede Wereldoorlog. Het is een voorbeeld van een eenmansbedrijfje. Veel drukwerk tegelijk kon het niet drukken, maar wel familiedrukwerk en reclame. De machine werkt op een elektromotor.
Naar boven
|