Meer over ons depot  Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem

Meer over ons depot

Het museumdepot

In de verzameling van het Nederlands Openluchtmuseum bevinden zich ongeveer 170.000 voorwerpen zoals boerenwagens, woningtextiel, streekdrachten, schilderijen, speelgoed, meubels, gereedschap, landbouwmachines en prenten. Een deel is te zien in het museumpark, maar het overgrote deel bevindt zich in depot.

Deze collectie is niet in één dag tot stand gekomen. Honderd jaar lang hebben museummedewerkers door veldwerk, onderzoek en aanbiedingen zaken uit het dagelijks leven verzameld. Zo is een archief van voorwerpen ontstaan waarin de manier van leven van de Nederlander besloten ligt, een geheugenbank waarmee we steeds weer andere vragen kunnen beantwoorden. Ook zijn er documentaire collecties, waarin zich foto's, films, dia’s, tijdschriften en boeken bevinden.

Wat is er te vinden in onze depots?

Veel bezoekers zouden graag eens een kijkje nemen in de museumdepots. De tentoonstelling Spaarstation Dingenliefde in het museum geeft in dat geval een duidelijk beeld van een depot en wordt ook daadwerkelijk als depotruimte gebruikt. Objecten worden opgeslagen op soort, maat en/of materiaal. Hieronder ziet u aan de hand van tien geselecteerde deelcollecties hoe de depots van het museum zijn ingericht. Ook vindt u hier de gegevens over de documentaire collecties.

1 Textiel

Met het verzamelen van interieurtextiel en huishoudtextiel laat het museum ontwikkelingen zien binnen de woninginrichting. De verzameling gordijnen, lakens, slopen, handdoeken en theedoeken vormen een collectie van circa 10.000 objecten. Het gaat daarbij om collectiestukken die aansluiten bij de doorsnee woninginrichting.

2 Textiel op rollenstaanders
Vloerkleden, gordijnen, tafelkleden, quilts maar ook bijzondere lakens en damast geweven tafellakens uit de 18e eeuw kunnen het beste op de rol bewaard worden. Door de grote verscheidenheid op allerlei gebied is de collectie vlakke textiel een bron voor onderzoek, documentatie en inrichting van gebouwen.
Twee deelcollecties van het museum genieten grote bekendheid in Nederland: merklappen en quilts en in iets mindere mate de damast collectie.

3 Tegels 
De museumcollectie van circa 3.500 tegels omvat prachtige tegeltableaus van dieren, bloemenvazen, interieurs van werkplaatsen, landschappen en boeren op het land. Daarnaast heeft het museum een grote collectie losse wandtegels. Om de glazuurlaag te beschermen worden deze tegels staand in kistjes opgeslagen met folie er tussen.

4 Keramiek
De collectie keramiek omvat circa 15.000 voorwerpen. De voorwerpen dateren van de Middeleeuwen tot de laatste decennia van de vorige eeuw, het zwaartepunt ligt rond 1900. Onder het vroege aardewerk bevindt zich veel roodbakkend aardewerk met slibversiering en loodglazuur. Het zijn onder andere driepotige kookpotten, koekenpannen, olielampjes, nachtspiegels en vuurstolpen. Uit Duitsland kwam het veel hardere steengoed, bestaande uit schenkkannen, inmaakpotten en kruiken.

5 Speelgoed

De collectie Kinderwereld, waarin ook wiegen en kleertjes zijn opgenomen, omvat circa 1.400 stukken speelgoed. Er is een grote verzameling bordspelen, maar ook kleine voorwerpen die dienden om kinderen te laten kennismaken met de grote mensenwereld. Zo zijn er miniatuur gasfornuisjes, poppenwiegen, treinstellen en tankstations. Daarnaast heeft het museum een interessante collectie voorlopers van de televisie, zoals kijkdozen, toverlantaarns, poppenkasten en papieren theaters.

6 Ketels 
De collectie fluitketels laat prachtig de ontwikkeling van de keuken zelf zien. In de loop van de 19e eeuw stapten de meeste huishoudens over van aardewerken potten en pannen naar duurdere, maar minder breekbare metalen vormen. Vanaf dat moment hing boven het vuur een gietijzeren zwartgeblakerde ketel. Bij de introductie van de kachels met ringen kwam de geëmailleerde of koperen zakketel in zwang. Vroeg in de 20e eeuw werd veel reclame gemaakt voor het schone elektrisch koken waarbij geëmailleerd ketels met vlakke bodem hoorde. In de meeste huishoudens echter kwam een gasstel met een geëmailleerde of aluminium ketel.
Het Nederlands Openluchtmuseum heeft zo’n 400 ketels uit alle tijden en in alle soorten en maten. Daarnaast bewaart het museum zo’n 50 fluitketels, een meer 20e eeuws fenomeen.

7 Klokken
Niet iedereen in de 17e en 18e eeuw kon zich een klok veroorloven, maar als men er toch een had, dan was het vaak een stoeltjesklok. Pas in de loop van de 19e eeuw hing er bij vrijwel iedereen een klok in huis. Toch was het nog vaak het duurste voorwerp in het hele huis. De Friese staartklok was het best vertegenwoordigd.
Het achterbord bestond vaak uit rood bruin gebeitst eiken, dat op het veel duurdere maar onbetaalbare mahonie moest lijken. De Friese staartklok verloor langzaam terrein voor de precieze en lang lopende regulateur uit Duitsland. Deze hadden eerst nog gedraaide zuilen op de hoeken, in het begin van de 20e eeuw werden de kasten vlakker. Het Nederlands Openluchtmuseum heeft van al deze meest voorkomende klokken diverse voorbeelden.

8 Blik
Vroege vormen zijn vaak imitaties van aardewerken voorraadpotten of van houten vormen met wilgen singels er om heen.
Bekende blikken zijn die van Droste, Karel I sigaren, van Houten, van Mêlee en Verkade. De basis van deze blikken verpakkingen is dun staalplaat, voorzien van een dun laagje tin. Versieringen werden met de hand beschilderd, beplakt met papier of gedecodeerd met behulp van transfers. De grote doorbraak was de lithografie(steendruk) in de 19e eeuw en het bedrukken van blik via een rubber vel, de offsetmethode. Diverse ontwikkelingen volgden elkaar op, namelijk rasterdruk, vierkleurendruk en inkten.

9 Prenten 
In het depot van de prentencollectie is het klimaat aangepast aan het meest gevoelige materiaal, namelijk papier. In verband met behoud, gewicht en hanteerbaarheid worden de prenten donker en in zuurvrije (archief)dozen bewaard, met ertussen eveneens zuurvrije (schut)bladen. De opberging vindt grotendeels plaats op basis van formaat en inventarisnummer, vroeger ook naar inhoud.
De collectie prenten bestaat uit circa 27.000 voorwerpen en is onderverdeeld in een aantal deelcollecties. De gehele prentencollectie tracht de Nederlandse volkscultuur of het dagelijks leven in Nederland te documenteren of is als uiting daarvan verzameld. Voorbeelden van deelcollecties zijn familiedrukwerk, bidprentjes, bordspelen, affiches, reclamemateriaal, knipwerk, tekeningen en centsprenten. De verzameling centsprenten is - na die van het Rijksmuseum - de grootste en belangrijkste van Nederland.

10 Wagens en karren
Het grootste deel van de verzameling aan karren en wagens is in één van de depotgebouwen opgeslagen. Door hun grootte en gewicht zijn de voertuigen op de begane grond gestald, door plaatsgebrek staan de karren en wagens dicht op elkaar, maar de ruimte is wel geklimatiseerd.
Deze collectie omvat circa 287 voertuigen, waarvan het overgrote deel is ingezet op het platteland ten behoeve van landbouw, maar ook voor nijverheid en handel.
Het belang en waarde van de collectie wagens en karren is groot voor het Openluchtmuseum en voor Nederland. In Nederland zijn dergelijke boeren transportmiddelen, vooral voorafgaand aan de periode van mechanisatie en motorisering, maar weinig bewaard gebleven.