Een eeuw Nederlands Openluchtmuseum

Openluchtmusea ontstaan aan het eind van de 19e eeuw in Scandinavië. Museum Skansen in Stockholm was in 1891 het eerste openluchtmuseum ter wereld. Het is een hele nieuwe categorie musea. Niet alleen richten ze zich op de cultuur van gewone mensen, ook laten ze hun collectie zien in levensechte ensembles. Geen vitrines met historische objecten, maar authentieke huizen, ingericht alsof de bewoners net even de deur uit zijn.

In 1912 richt een aantal particulieren in Arnhem de Vereeniging Nederlandsch Openluchtmuseum op. De wereld verandert razendsnel en industrialisatie en verstedelijking bedreigen onze tradities, werkwijzen en regionale verscheidenheid. De stichters, onder leiding van F.A. Hoefer, pachten landgoed De Waterberg van de gemeente Arnhem. Zes gebouwen worden naar het terrein overgebracht en op 13 juli 1918 opent het Nederlands Openluchtmuseum zijn poorten. Een jaar later is het museum het toneel van het Vaderlandsch Historisch Volksfeest, een groot vredesfeest om de afloop van de Eerste Wereldoorlog te vieren. Volgens de overlevering kwamen er in drie dagen ‘minstens 400.000’ bezoekers op af.

Oorlogsperiode

Evacués in het Nederlands Openluchtmuseum (1944)Al in de jaren ’30 stijgt de druk om het museum in te zetten voor ‘volkse propaganda’. Deze ideologie krijgt echter geen voet aan de grond, zelfs niet als het museum in 1941 – tijdens de bezetting – een (hét) Rijksmuseum voor Volkskunde wordt. Tijdens de slag om Arnhem biedt het museum onderdak aan 600 evacués en verzetsmensen.

Begin 1945 verwoest een V1 bom een van de tentoonstellingsgebouwen waar kort daarvoor nog tientallen mensen woonden. Ook de prachtige verzamelingen streekdrachten en beschilderde meubels gaan in het oorlogsgeweld grotendeels verloren.

Dreigende sluiting

In 1987, het museum bestaat 75 jaar, dreigt sluiting als gevolg van drastische bezuinigingen door het ministerie van WVC (nu OCW). Het publiek komt massaal in actie en ook de aandacht van de media is overweldigend. De voorgenomen sluiting wordt teruggedraaid en het museum wordt als eerste Rijksmuseum verzelfstandigd en gaat vanaf 1991 als stichting Het Nederlands Openluchtmuseum verder. De collectie blijft eigendom van het Rijk en voor het beheer en onderhoud ontvangt de stichting jaarlijks een bijdrage: het museum is zelf verantwoordelijk voor de exploitatie.

Een andere koers

Sinds de verzelfstandiging vaart het museum een andere koers. Van leven en werken op het platteland wordt de aandacht verlegd naar de cultuur van het dagelijks leven. De traditionele stillevens maken plaats voor een levende presentatie. In de historische gebouwen prikkelen medewerkers (in stijl) alle zintuigen met verhalen en demonstraties. Er brandt zelfs een vuurtje in de haard. Daarnaast verrijken we de beleving met multimediapresentaties die heel goed passen in de ambiance.

Entree Nederlands OpenluchtmuseumHet nieuwe beleid ontwikkelt verder. Het museum haalt ook onderwerpen binnen die niet aansluiten bij het traditionele beeld van onze cultuur. Zoals de veranderende functie van het platteland in de woonboerderij uit Hoogmade, de beladen geschiedenis van de Molukkers in Nederland en het verhaal van de langdurige Oost Groningse landarbeidersstaking in 1929. In mei 2005 leverde deze nieuwe koers het Openluchtmuseum de titel Europees museum van het jaar op.

De toekomst - Canon van Nederland

In 2007 maakt het Openluchtmuseum op verzoek van de burgemeester van Arnhem een plan voor het nieuw op te richten Nationaal Historisch Museum. De Minister van OCW wijst Arnhem - en specifiek de fysieke en inhoudelijke verbinding met het Openluchtmuseum – aan als locatie. Helaas komt het niet tot uitvoering van deze plannen. De aangestelde directie vaart een heel eigen koers, weg van de locatie naast het Openluchtmuseum. Ze worden teruggestuurd door de Tweede Kamer. Helaas komt het nooit tot realisatie. In 2011 wordt de subsidie stopgezet.

Wel besluit de toenmalig staatssecretaris een presentatie van de Canon van Nederland te realiseren in het Nederlands Openluchtmuseum. Op dit moment werkt het museum samen met het Rijksmuseum als co-producent aan de verbeelding van de Canon van Nederland. In de komende jaren worden de ‘canonvensters’ stap voor stap zichtbaar – digitaal en fysiek - en in het museumpark en in een prikkelende tentoonstelling in het entreepaviljoen.

De hoofdexpositie wordt in 2017 geopend, maar nu al zijn diverse onderwerpen uit de Canon van Nederland te zien in het museumpark zoals Kinderarbeid, de Gasbel en de Ramp van 1953, de Eerste Wereldoorlog, de Verenigde Oost-Indische Compagnie, de Statenbijbel en de Slavernij. In het voorjaar van 2016 volgen presentaties over Karel de Grote (expositieruimte Kruidentuin - Capitulare de villis), Willem Drees (Groene Kruisgebouw)en De Stijl (Rietveld vakantiehuisje). In het schooltje uit Lhee wordt aandacht besteed aan de historische relatie tussen onderwijs en kinderarbeid. 

Het Nederlands Openluchtmuseum is nu het best bezochte museum buiten de randstad en ontvangt ruim 550.000 bezoekers.