Nederland Gespaard

Het museumdepot is zowel tijdens het zomer- als winterseizoen toegankelijk voor bezoekers.

Verdwenen aspecten van ons dagelijks leven

Het zware huishouden
"Het zindelijk gezinsleven in Nederland rust op drie onwrikbare zuilen: schrobben, kloppen en zuigen” aldus Simon Carmiggelt in Bert Haanstra’s film Alleman uit 1963. Nog in 1947 was 98 % van de gehuwde vrouwen huisvrouw. Hun werk was hondszwaar.

Paardenkracht
Eeuwenlang sjouwde, zwoegde en trok het voor ons: het paard. Ondergeschikt aan zijn baas, maar tegelijkertijd ontzag inboezemend. Het paard is uit het straatbeeld verdwenen, maar wie wil imponeren, laat het weer opdraven: de politie, de koningin in haar koets, Sinterklaas.

Kou in huis
Het verwarmen van een huis – meestal alleen de woonkamer – betekende gedoe: brandstof inslaan, kachel vullen, goochelen met hendels en kleppen, spaarzaam bijvullen. Behaaglijkheid legde het af tegen zuinigheid. ‘Lekker warm’ bestaat pas sinds de jaren 1960, toen de centrale verwarming het hele huis leefbaar maakte.

Ruwe handen…
met zwart in de groeven dat nooit meer wegging. Ze hoorden bij zwaar en vuil werk. Op het land, bijvoorbeeld. Eeuwenlang was landarbeid lichamelijke arbeid: ploeteren in grond en stront, bij regen en wind. Pas in de jaren 1960, toen de mechanisering van de landbouw echt begon door te zetten, werd het eelt op boerenhanden minder.

Zuinigheid met vlijt
Vroeger bestond ‘funshoppen’ niet. Moeder kocht het hoogst nodige en draaide daarbij elke cent om. Als vader nieuwe schoenen moest, stelde ze een jas voor haarzelf een jaartje uit. Sokken werden gestopt, oude truien omgebreid tot borstrok. Spaarzaamheid was bittere noodzaak, maar gold in het calvinistische Nederland ook als deugd.

Venters aan de deur
Nog in de jaren 1960 keek niemand op van een man met een kar die telkens “OEUH!” riep. Dat was de voddenboer. Of de visboer, want die klonk hetzelfde. De scharensliep klonk meer van “OIEIE!”. Een mobiele middenstand trok rond. Soms op vaste tijden, soms op goed geluk. Maakte niet uit: moeder was thuis.

Verzuiling
Ook iets typisch Nederlands. Vóór de jaren 1960 kwamen protestanten, katholieken en socialisten nauwelijks buiten de eigen kring. Elke stroming had haar eigen politieke partij, scholen, kranten en verenigingen. Men leefde hetzelfde, maar gescheiden. Zelfs duiven-melken of figuurzagen gebeurde op katholieke, protestantse of socialistische grondslag. De maatschappij was overzichtelijk

De voorraadkast
Vóór 1960 bepaalden de seizoenen veel meer dan nu wat je at en wat je in huis opsloeg. De provisiekast was gevuld met ingemaakte groenten en blikken; appels en aardappelen lagen op zolder of in de kelder. Onwetend van de aardgasbel, bestelde Nederland jaarlijks de kolenboer.

Een leven bewaard

Sommige mensen zijn echte 'bewaarders'. Zij slaan alles op en danken niets af. Zo waren ook de ouders en grootouders van Annegriet Wietsma. Temidden van een enorme berg spullen laat zij in een videoportret zien hoe haar broers en zij, tijdens de ontruiming van hun ouderlijke woning, drie generaties familiegeschiedenis door hun handen lieten gaan.

Luister naar een interview met Annegriet Wietsma (fragment VPRO-OVT uit 2004)