Beugelen: slegers en schupkes

Beugelen is een balsport die in de zeventiende en achttiende eeuw in alle lagen van de bevolking werd gespeeld. De spelregels zijn eenvoudig: met behulp van een slaghout geeft de speler een zware bal (4 tot 5 kilo) een zet zodat hij door een ijzeren beugel heen rolt. De spelers spelen paarsgewijs en proberen de ballen van hun tegenstanders in de greppel te botsen.

Slegers worden schupkes
Het beugelspel lijkt eeuwenoud en onveranderlijk, maar niets is minder waar. Sinds de jaren ’60 van de twintigste eeuw is het beugelen continu aan het veranderen. De taps toelopende slegers werden in sommige beugelclubs vervangen door schupkes: een uitgehold blad en langere steel ontzagen de rug van de spelers. Deze vernieuwing leidde binnen de beugelwereld tot felle discussies tussen voor- en tegenstanders.

Jongeren
In de jaren ’70 en ’80 trad er een jongere garde aan, die het beugelen tamelijk fanatiek als sport ging bedrijven. Onder invloed van deze jongeren gingen stemmen op om de beugelbanen te professionaliseren. Traditioneel vond het beugelen plaats op lemen vloeren in de openlucht. Tegenwoordig hebben sommige exploitanten overdekte beugelbanen van kunststof, vergelijkbaar met bowling- en kegelbanen.



 

Detail informatie

Naam:Beugelspel Inventarisnummer:NOM.51658-81 Vervaardiger:Onbekend Datering:Onbekend Plaats:Onbekend Materiaal:Hout
Beugelen: slegers en schupkes 1

Slaghout en bal