Marskramers assortiment

De marskramers uit Westfalen werden wel 'lapkepoepen' genoemd. Hun koopwaar bestond uit textiel en het woord 'poepen' is een verbastering van het Duitse Bube, dat jongeman betekent. Deze jongemannen trokken rond met hun textielwaren in een pak op hun rug. Hun wandelstok diende meteen als ellemaat, om de stoffen af te meten.

Een andere naam voor de marskramers was 'fijndoekspoepen'. Deze naam verwijst naar de fijne kwaliteit van het linnen dat zij in de beginperiode verkochten. Dit linnen werd gesponnen en geweven in hun geboortestreek. Ook kousen en sokken werden daar gebreid.

In de loop van de negentiende eeuw breidden de marskramers hun assortiment uit. Naast linnen en andere stoffen werden ook baaien hemden verkocht. Ze zijn in ons land veel als onderkleding gedragen door boeren en vissers.

Het assortiment was tegen die tijd niet meer alleen afkomstig van de boerderijen van Westfalen. Er ontstond een tussenhandel met producten uit andere delen van Duitsland: doeken en kralentassen uit Zuid-Duitsland en bestek uit Solingen.



 

Detail informatie

Naam:Wandelstok, tevens ellemaat Inventarisnummer:NOM.41876-72 Vervaardiger:Onbekend Datering:Onbekend Plaats:Onbekend Materiaal:Iepenhout, messing
Marskramers assortiment  1

NOM.41876-72 Wandelstok, tevens ellemaat


Marskramers assortiment  2

HM.820 Roodbaaien hemd


Marskramers assortiment  3

Z.10-58 De kralentas uit Zuid-Duitsland werd in Nederland aan een zilveren beugel gezet.


Marskramers assortiment  4

K.226-63 Halsdoek