Tinglazuur

Het Nederlands Openluchtmuseum bezit een grote verzameling keramiek, opgebouwd uit loodglazuuraardewerk, tinglazuuraardewerk, ‘Keuls aardewerk’ en Aziatisch en Europees porselein.

Tinglazuur
Het tinglazuuraardewerk omvat, naast ongeveer tweeduizend tegels en tegeltableaus, een verzameling van ruim zevenhonderd gebruiks- en siervoorwerpen. De meeste objecten komen uit de achttiende eeuw, maar het museum bezit ook voorwerpen uit de zestiende, zeventiende en negentiende eeuw. Tinglazuuraardewerk is gewoonlijk gemaakt van crèmebakkende klei. In een minderheid van de gevallen, bijvoorbeeld bij tegels, is de klei rood- of rossigbakkend. Het tinglazuur waarmee de voorwerpen voor het bakken worden bedekt zorgt voor een witte ondergrond waarop een voorstelling geschilderd kan worden. Tinglazuur wordt gemaakt van soda, tinas (een mengsel van lood- en tinoxide), kwarts of zand en zout.

Er zijn twee soorten tinglazuuraardewerk: majolica en faience, ofwel Delfts aardewerk. Faience is uit majolica voortgekomen en is er in zeker opzicht een technische verbetering van. De verschillen liggen in de baktechniek, namelijk hoe de voorwerpen in de oven gestapeld zijn, en de wijze waarop ze met tinglazuur behandeld worden. Voorwerpen van majolica zijn vrijwel altijd alleen aan de voorzijde of aan de bovenkant voorzien van tinglazuur. De keerzijde is met het goedkopere loodglazuur bedekt. Faience is aan beide zijden met tinglazuur bedekt. 

Kraakporselein
Aan het begin van de zeventiende eeuw maakten Nederlandse schepen twee Portugese handelsschepen buit, zogenaamde ‘kraken’ (van het Portugese ‘caraca’). De buit bestond onder meer uit een grote hoeveelheid Chinees porselein. Dit porselein wordt tot op de dag van vandaag in binnen- en buitenland naar dit scheepstype genoemd, namelijk kraakporselein. Het Chinese porselein was in heel Europa zeer in trek en werd door de VOC naar Nederland getransporteerd. Voor het grootste deel van de bevolking bleef het echter tot zeker in de tweede helft van de achttiende eeuw te duur. Delftse plateelbakkers gingen het porselein in het goedkopere tinglazuuraardewerk namaken, waardoor het ‘beeld van het Aziatisch porselein’ voor een groter publiek betaalbaar werd.

Delfts aardewerk
Doordat de grootste concentratie van faiencenijverheid in Delft werd aangetroffen werd de naam van de stad in heel Europa een productnaam: Delfts aardewerk. De kwaliteit van het Delfts aardewerk werd zelfs zo hoog aangeslagen dat men in de achttiende eeuw sprak van ‘Delfts porceleijn’. Feitelijk was dit een onjuiste benaming, omdat porselein en tinglazuuraardewerk een verschillende fabricagetechniek en baktemperatuur hebben. Maar het was een compliment aan de faiencebakkers die het uiterlijk van het Chinese porselein zo goed wisten te evenaren.



 
Tinglazuur