Mutsenbellen in en uit de rouw

Mutsenbellen zijn een soort oorhangers die in de voorrand van een muts worden gehangen. In sommige plaatsen werden bij de rouwdracht helemaal geen sieraden gedragen. Op het Kampereiland droeg men bij de zondagse dracht wel altijd sieraden, weliswaar aangepast aan de situatie. Vaak vormden ze samen met de broche en het slot van het halssnoer een set.

De mutsenbellen van goud met bloedkoraal zijn voor uit de rouw. Voor de lichte rouw zijn de mutsenbellen van zilver met een zwarte steen. Deze kan van git of glas zijn. De effen zwarte bellen, bijvoorbeeld van hout, zijn voor de zware rouw. In de zware rouw wordt ook geen kant aan de muts gedragen.



 

Detail informatie

Naam:Mutsenbellen, Kampereiland Inventarisnummer:Z.4-51, Z.50-50, Z.43-52 Vervaardiger:Onbekend, N.A. Meijer en onbekend Datering:Onbekend, 1926 - 2950 en onbekend Plaats:Onbekend, Schoonhoven en onbekend Materiaal:Bogoak, messing, ijzer en zilver; zilver en glas; goud en bloedkoraal
Mutsenbellen in en uit de rouw 1

Zware rouw Z.4-51


Mutsenbellen in en uit de rouw 2

Lichte rouw Z.50-50


Mutsenbellen in en uit de rouw 3

Uit de rouw Z.43-52