Drie Scheveningse meisjes in streekdracht

Op deze aquarel zijn goed de modeveranderingen in het Scheveningse oorijzer te zien. De meisjes aan de linker- en rechterkant dragen oorijzers zoals deze eerst in de mode waren. Zij combineren deze met de oudere muts, de zogenaamde muts met klappen. Het middelste meisje draagt een moderner oorijzer met boeken of booke. Deze zijn bekend vanaf 1853. Het meisje draagt ook de modernere muts met geplooide zijkanten, de moppesmuts. Beide vormen worden lange tijd naast elkaar gedragen.

In Scheveningen zijn de boeken ovaal. Aanvankelijk zijn ze plat, later versierd met filigrein en cantillewerk. De oorijzers werden gemaakt door zilversmeden in de stad. De beugel van het oorijzer werd geknipt uit een plaat en met een hamer in vorm gedreven. De achterkant van een oorijzer moest stevig en veerkrachtig zijn, zodat het ijzer om het hoofd klemde. De beugel moest daarom door een vakman gepast en op maat gemaakt worden.



 

Detail informatie

Naam:Aquarel van drie Scheveningse meisjes in streekdracht Inventarisnummer:NOM.36491-66 Vervaardiger:Pieter de Josselin de Jong Datering:1894 Plaats:Scheveningen Materiaal:Papier
Drie Scheveningse meisjes in streekdracht 1