Kachels

Warmte
Verwarming was van levensbelang voor onze voorouders. Niet alleen door de slecht geïsoleerde huizen en de koudere winters, maar ook vanwege het voedselgebrek gedurende de wintermaanden. Ze droegen vele lagen kleding, hadden een stoof onder de voeten, een kruik en slaapmuts in bed en tot in de negentiende eeuw speelde ook het open vuur een belangrijke rol met een hout- of turfvuur. Daar waar stenen muren hun intrede deden kwam de openhaard in zwang, met schouw, rookkanaal en stenen schoorsteen. 

IJzeren kachels
Bij de beter gesitueerden was er in de zeventiende eeuw al sprake van ijzeren kachels voor het verwarmen van kassen, oranjerieën en ook het huis. Het ging hierbij om Duitse doosvormige kachels op vier poten. Maar lange tijd was de kachel geen alledaagse verschijning. Pas aan het begin van de negentiende eeuw zou dat veranderen. 

Kachelsmeden
Veel negentiende-eeuwse kachels werden door plaatselijke kachelsmeden gemaakt. Deze betrok het plaatijzer, de klinknagels, de knoppen, de roosters, de potten en de ornamenten van tussenhandelaren verspreid over heel Nederland. In de loop van de negentiende eeuw deden kachelfabrieken hun intrede, die veel van de onderdelen zelf produceerden. Het proces mechaniseerde en de ambachtelijke kachelsmeden werden weggeconcurreerd. 

Kolenkachels
Tegen het einde van de negentiende eeuw voerden kolenkachels de boventoon, waarmee in de regel slechts één vertrek verwarmd werd en waar de hele familie zich in de winter ophield. Met de komst van aardgas vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw werd het gangbaar om meerdere vertrekken te verwarmen. De centrale verwarming kwam in gebruik bij de elite vanaf het einde van de negentiende eeuw en is tot vandaag standaard, maar de openhaard is nooit weggeweest en ook de houtkachel is weer helemaal in opkomst.



 
Kachels