Houtschaven

Het Nederlands Openluchtmuseum bezit een uitgebreide collectie gereedschap, waaronder houtschaven. Schaven komen voor in allerlei soorten en maten. Ze zijn ontwikkeld voor een bepaalde toepassing, zoals vlak maken of het maken van profielen en sponningen, of voor een speciaal ambacht, zoals meubelmaker, kuiper of wagenmaker.

Versieringen
In de achttiende eeuw waren er in Europa en Nederland nog gilden, waarin eigenlijk iedere handwerker, ambachtsman of koopman een plaats had. Binnen het gilde ontstond in de achttiende eeuw een traditie om brede schaven te versieren met snijwerk en een jaartal.

In musea in binnen- en buitenland, maar ook in verschillende particuliere collecties, zijn veel versierde schaven te vinden. Onversierde exemplaren uit de achttiende eeuw, te dateren via het schavenmakerstempel, zijn zeldzamer. Toch zijn er waarschijnlijk veel meer onversierde schaven gemaakt dan versierde, maar zijn die verloren gegaan nadat ze opgebruikt waren. De bewaard gebleven exemplaren kunnen dus een verkeerd beeld geven van de productie destijds. 

In de eerste helft van de negentiende eeuw verdween met het opheffen van de gilden ook de traditie om schaven met snijwerk en een jaartal te verfraaien. De schaven van na 1800 zijn meestal zeer eenvoudig van uitvoering en niet meer te vergelijken met hun achttiende-eeuwse voorgangers. 

Ook in het buitenland werden schaven versierd. Maar terwijl in Nederland de gebruiksfunctie centraal bleef staan - veel exemplaren vertonen sporen van slijtage - kunnen de decoratieve schaven in het buitenland eerder tot de volkskunst gerekend worden.



 
Houtschaven