Handwerktechnieken

Binnen de collectie handwerktechnieken nemen de merk- en stoplappen, veelal gemaakt tijdens de handwerklessen, een belangrijke plaats in.

Handwerkles
Handwerken was vroeger geen tijdverdrijf maar noodzaak en hoorde bij het dagelijkse leven van meisjes en vrouwen. Alles moest met de hand genaaid, gemerkt, versierd, gestopt en versteld worden. Tot de jaren 1960 vormde handwerkles op veel Nederlandse scholen een onderdeel van het lesprogramma waarbij het merklapje van stramiengaas met verschillende randjes en letters zeker niet mocht ontbreken.

Oefenen
Letters van gelijke hoogte naaien is moeilijker dan het lijkt en daarom moesten de meisjes dit enige keren oefenen op een stuk aftelbare stof. De steken waarin de meisjes het alfabet oefenden, waren over het algemeen de kruis- en de stersteek. Meestal gebeurde dat bovenaan de doek in verschillende lettertypen. Veel merklappen zijn daarnaast ook voorzien van een rij cijfers. Hoewel de meisjes de 26 letters van het alfabet in hun ABC- boekjes leerden, werden er meestal maar 24 letters op de doeken toegepast. De I en J werden met de letter I aangegeven. Voor de U, de V en soms ook de W werd vaak de letter V gebruikt.

Symboliek
De belangstelling voor merklappen is eigenlijk nooit verdwenen en oude motieven worden nog steeds in nieuwe merklappatronen opgenomen. Veelal hebben deze motieven een symbolische betekenis en verwijzen naar gebeurtenissen die in het leven van de maakster hebben plaatsgevonden.

Exemplaren van het Openluchtmuseum
De collectie merk-, letter- en stoplappen van het Nederlands Openluchtmuseum bevat exemplaren vanaf de zeventiende eeuw tot heden, waarbij exemplaren uit de negentiende en begin twintigste eeuw het meest vertegenwoordigd zijn.



 
Handwerktechnieken