• Kindererf 1
  • Kindererf 2
  • Kindererf 3
  • Kindererf 4

Kindererf

  • Mogelijk van 24-03-2017 t/m 30-10-2017
  • Personen: N.v.t.
  • Leeftijd: Tot de lunch zijn er activiteiten speciaal voor kinderen in de leeftijd van 3 t/m 5 jaar, vanaf 13.00 uur kunnen alle kinderen de boer(in) in de stal komen helpen met klusjes.

Schapen in het Openluchtmuseum

Het gedomesticeerde schaap stamt af van het wilde schaap. Dit wilde schaap komt in meerdere variëteiten voor in een gebied dat zich uitstrekt van het Midden-Oosten tot in Azië en verder tot in het oosten van Noord-Amerika. Vanuit het Midden-Oosten heeft het gedomesticeerde schaap zich geleidelijk over grote delen van de wereld verspreid. In Nederland is het houden van schapen omstreeks 5000 v. Chr. begonnen. Die schapen kunnen er ongeveer hebben uitgezien als onze huidige (gehoornde) Drentse heideschapen.

Uit dit type schapen is in de loop van de eeuwen een aantal verschillende rassen ontstaan door natuurlijke selectie (aanpassing aan de verschillende leefomstandigheden zoals grondsoort en klimaat) en door selectie door de mens (fokkerij). Op basis van het gebruik en de leefomstandigheden worden de Nederlandse rassen ingedeeld in de heideschapen, die ontstaan zijn op voedselarmste gronden en de weideschapen, die zich ontwikkelden op voedselrijkere gronden.

Heideschapen
In de negentiende eeuw trokken grote kudden heideschapen over uitgestrekte ruige terreinen. De voornaamste reden daarvan was dat de dieren mest produceerden. De schapen vraten overdag van de vegetatie en werden ‘s nachts gestald. De dieren mestten in de stal. De herders mengden de mest met heideplaggen en verspreidden het mengsel daarna over de schrale akkers. Met de komst van kunstmest werden de heideschapen overbodig. Hun aantal nam snel af en ze werden met uitsterven bedreigd.

Op verschillende plaatsen in het museum zie je de volgende heideschapen: de Schoonebeeker, het Veluws heideschaap en het Drents heideschaap.