Daklozen slaapplaats Amsterdam

Stukken karton op de grond als isolatie, een warme jas en een slaapzak. Chahid en Peter maken ook in de winter ’s avonds buiten een slaapplaats uit deze onderdelen. Ze slapen liever buiten dan binnen in een opvang. Voor je het weet heb je ruzie, een besmettelijke ziekte zoals TBC of ongedierte. Ook alcoholisten en psychisch gestoorden vermijden ze maar liever. 

 

Maar het allerliefste zouden ze gewoon weer op een vaste plek in een eigen huisje wonen. Dakloos zijn wensen ze niemand toe.

 

Chinees Restaurant Azië

In de jaren na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal Chinese restaurants in het Nederland sterk.  Ze hadden namelijk succes, omdat de kok de gerechten op de menukaart aangepast had aan de Nederlandse smaak.  De klanten vonden het eten dus heerlijk. 

 

Molukkers in de Nederlandse winter

Molukkers die naar Nederland kwamen, werden door hun familie op de Molukken vergeleken met vogels in een kooi. Door het koude klimaat in Nederland, leefden zij veel meer binnen dan hun familieleden daar en moesten ze erg wennen aan de kou. In 1951, terwijl ze onderweg naar Nederland waren, kregen de mannen in Port Said een warme militaire winterjas. De vrouwen en kinderen kregen een donkerblauw trainingspak met een broek tegen de kou. Dit was echter onbekend terrein voor hen, want moest je een broek dragen als je alleen maar omslagrokken gewend was.

Winter in de plaggenhut

Hoe koud zou het in de strenge winter van 1890 in de plaggenhut geweest zijn? Probeer het je eens voor te stellen. Verschillende kinderen en arme volwassenen vroren destijds namelijk dood in ‘hun armoedige woning’ in wieg of bed. Daaronder zouden ook twee kinderen in Havelte geweest zijn, ‘wegens gebrek aan dekking’. Ze hadden geen dekens, want de armen hadden geen geld om dekens te kopen. Op allerlei plaatsen werden brandstof, voedsel, kleding en dekens voor hen ingezameld. 

 

Winterse overlast

Het winterse weer van januari 1963, februari 1979, maart en november 2005, januari 2013. Als je destijds in de auto zat weet je het nog: er was geen doorkomen aan. Je moest je auto uitscheppen uit een pak sneeuw van bijna een meter dik. Je strandde met je auto en stond 8 uur in het donker op de Veluwe vast of stond in de drukste spits aller tijden met meer dan 1000 kilometer file. Zwakke accu’s lieten het natuurlijk net op zo’n dag afweten. Je handrem was vastgevroren of het slot in je autodeur was bevroren.

Guirlandes en lampions

Bij de ijsfeesten rond 1900 werd een ijsbaan natuurlijk verlicht en versierd. Vetpotjes, fakkels of flambouwen, vuurtonnen en vooral lampions zorgden voor ‘licht a giorno’ - alsof het daglicht was -.  Bij rijke ijsclubs zorgden “elektrisch licht”, magnesiumlicht of Wells-lampen, op vergaste petroleum, voor sfeer. Verder waren er vlaggen en guirlandes - slingers van kleine vlaggetjes -, als versiering. 

 

Geen feest zonder muziek, dus er waren ook blaaskapellen of orgeltjes op het ijs en soms zelfs een schaatsende violist. 
 

Breien voor soldaten

Op 31 juli 1914 werden alle Nederlandse soldaten opgeroepen om direct naar hun garnizoensplaats af te reizen. Ook in Zeist werden soldaten gelegerd. In de eerste week werd al opgemerkt dat de uitrusting van de soldaten niet in orde was, want ze hebben maar één paar sokken en te weinig ondergoed. Daarom heeft het Dames-comité op 5 augustus gedaan aan ‘Vrouwen en meisjes van Zeist !!’ om sokken te breien. 

 

De school zit vol

De voormalige bijschool van Lhee staat model voor de schoolgebouwen van omstreeks 1800. Naar verluidt was het schooltje in de winter ‘opgepropt vol’ en moesten de kinderen per groepje om de beurt staan, zodat andere kinderen konden schrijven. De meester spijkerde planken aan de schoolbanken voor extra zitplaatsen of tafelruimte. Dit zorgde ervoor dat de meester zich niet kon omkeren wanneer hij tussen de banken liep. Bovendien was het veel te donker. 

Levertraan

De ‘r ‘ zit alweer een tijdje in de maand en tot 1970 betekende dat, dat alle kinderen levertraan slikten. Waarom? Dat vertellen we je graag in deze presentatie. De boodschap was dat de olie uit de levers van kabeljauw en schelvis goed was voor de groei van kinderen, voor hun huid en ogen, voor de weerstand en voor hun botten en tanden. Onder andere de vitamine A en D zorgen daar voor. Sinds ongeveer 1850 wordt het slikken van levertraan aanbevolen. In Nederland, o.a.