|
|
Overig nieuwsAmsterdamse Westerstraat geopend!Museum viert honderdjarig bestaan met presentatie Amsterdamse JordaanArnhem, 3 april 2012 - Koningin Beatrix verrichte op dinsdag 3 april de officiële opening van de ‘Amsterdamse Westerstraat’ in het Nederlands Openluchtmuseum. Met deze aanwinst krijgt het verhaal van de stad een prominente plaats in het museum over de cultuur van het dagelijks leven dat dit jaar honderd jaar bestaat. Twee hoge panden uit de Jordaan verbergen de restanten van drie 18de-eeuwse arbeiderswoningen. De nauwe Pottenbakkersgang tussen de twee voorhuizen leidt naar deze ‘achterbuurt’. Van de vele sloppen die de Jordaan rijk was, is dit het laatst overgebleven exemplaar. De krotten tonen het leven in de Jordaan door de eeuwen heen. In de statige huizen aan de Westerstraat zijn een postkantoor, een 'Turkenpension' en een café gevestigd. ‘Komen en gaan in de Jordaan’ vormt de rode draad voor de presentaties. Een serie filmportretten op de eerste verdieping verbreedt dit thema naar komen en gaan in Nederland. De opening van de Westerstraat werd opgeluisterd met een mini-musical door Willeke Alberti en collega-artiesten van ‘De Jantjes’. Deze onverwoestbare klassieker komt dit najaar opnieuw in het theater. Pottenbakkersgang - krotwoningen 2001 De Pottenbakkersgang is genoemd naar pottenbakkers die hier in de 17de eeuw werken. De smalle steeg leidde naar woningen op achtererven, gebouwd voor arbeiders. Onder hen waren veel arbeidsmigranten uit de noordelijke en zuidelijke Nederlanden. Door overbevolking en armoede raken de huisjes in de 19de eeuw verkrot. Rond 1900 wonen aan de Pottenbakkersgang negen gezinnen in barre omstandigheden; in 1934 worden de huizen onbewoonbaar verklaard. Dit unieke erfgoed, tastbare getuige van de armoede, vormt de harde realiteit achter de idylle van de gezellige Jordaan. De krotwoningen (anno 1720) zijn herbouwd zoals ze in 2001 zijn aangetroffen. Met videoprojecties komen de woonomstandigheden van de bewoners tot leven. Waar pottenbakkers hun ambacht uitoefenden, stierven mensen in de 19de eeuw aan cholera en tyfus. Eén van hen was Frans Kiks, een schildersknecht. Hij werd slechts 33 jaar en liet vrouw en kleine kinderen achter. In de laatste woning getuigen authentieke objecten, zoals een 18de eeuwse kast en archeologische bodemvondsten, van de geschiedenis van de Jordaan. Graffiti in de steeg schetst vier thema’s: Amsterdam in de Gouden Eeuw, met de Jordaan als nieuwbouwwijk, de geschiedenis van migranten en Aletta Jacobs, die als huisarts gratis spreekuur houdt voor de armen in de Jordaan. Het laatste thema is de schat van de Pottenbakkersgang: krotwoningen als erfgoed. Geluiden voeren de bezoeker terug in de tijd. Langzaam maakt geluid van trams en auto’s plaats voor het geratel van karrenwielen op steen, er klinken stemmen. Het carillon van de Westertoren verbindt het heden met het verleden. Café ‘Tante Stien’ - 1974 Het café in het Openluchtmuseum is geïnspireerd op café de Koevoet, een kleine buurtkroeg uit de Lindenstraat. Tante Stien Koevoet zwaait hier lange tijd de scepter. In 1972 neemt Frank Reinbergen de kroeg over. De Koevoet herbergt dan een gezellige mengelmoes van oude Jordanezen en nieuwkomers. De borrel wordt er met een kop geschonken en op zondagmiddag klinken, bij het accordeon, luid de Amsterdamse levensliederen. Tegenwoordig zit in het oude kroegje een Italiaans eetcafé. In het Jordaancafé in het museum valt te beluisteren hoe de bewoners met een lach en een traan de dreigende stadsvernieuwing en het wegtrekken van hun buren becommentariëren. Muziekfragmenten brengen de volkscultuur tot leven. 'Turkenpension', 1970 De voormalige behangzaak van Gasman is in 1970 als gastpension in gebruik. Er wonen ook arbeiders uit andere landen, maar in de volksmond heet het ‘Turkenpension’. De inrichting van dit pension is geïnspireerd op unieke beelden van fotograaf Koen Wessing in het Jordaanse pension De Tijdgeest. Ze tonen de Turkse arbeiders in hun dagelijks leven. Het pension in het Openluchtmuseum lijkt bewoond. De stapelbedden beslapen door mannen die net uit de nachtdienst komen. Een film op de achterwand toont hoe het was om met zoveel mensen in een kleine ruimte te leven. Er wordt 24 uur per dag geleefd, gekookt, geslapen, gepraat, muziek gemaakt en televisie gekeken. In de kledingkastjes vertellen o.a. foto’s en voorwerpen het verhaal van vier Turkse gastarbeiders. Tenslotte is authentiek beeld en geluid gebruikt uit uitzendingen van Paspoort en Panoramiek, speciaal gericht op Turkse gastarbeiders. Postkantoor - 1957 Het postkantoor is in de jaren 1950 een druk knooppunt van communicatie en geldverkeer. Klanten komen er niet alleen om postzegels te kopen en pakketjes te verzenden. Ze betalen er hun rekeningen, nemen geld op, storten geld op het rijksspaarbankboekje en wisselen guldens om tegen buitenlandse valuta. Ze verzenden een telegram, voeren een telefoongesprek en regelen een luistervergunning voor de radio. Bezoekers luisteren mee als de loketbeambte een klant vertelt hoe hij een fles jenever naar een familielid in Australië kan sturen. De telefoon gaat. Via de bakelieten hoorn hoort men een gesprek tussen een jonge geëmigreerde vrouw en haar Jordanese vader. Een intiem contact dat met geen duizend brieven is te evenaren. Met dank aan De panden Westerstraat 220-230 werden in 2002 door de Gemeente Amsterdam aan het Nederlands Openluchtmuseum geschonken. Het project wordt mogelijk gemaakt door de BankGiro Loterij, VSBfonds, SNS REAAL Fonds en ING Nederland. Hulde aan het dagelijks leven Hulde aan de jubilaris, hulde aan het dagelijks leven van alle Nederlanders. In het feestjaar van het Nederlands Openluchtmuseum worden er allerlei activiteiten georganiseerd. Er zijn rondleidingen door de depots en langs - normaal - verborgen schatten en kinderen bakken vlaaitjes in de Feestbakkerij. Historische en recente filmbeelden geven inzicht in de museumgeschiedenis en ieder weekend klinkt er livemuziek. Op een tocht langs historische gebouwen is de roemruchte geschiedenis van het museum voelbaar. Van een fatale brand in 1919, tot de evacués die in de 2de Wereldoorlog het museumpark bewoonden. De dreigende sluiting in 1987 passeert de revue en bezoekers zien hoe het museum inspeelde op ontwikkelingen in de maatschappij. Datum: 03 2012
|
|