Mutsen, hoeden en petten

Mutsen, hoeden en petten uit de collectie van het Nederlands Openluchtmuseum
 

Thema

Mutsen, hoeden en petten

Bij streekgebonden kleding is het hoofd eigenlijk altijd bedekt. Mannen dragen een simpele hoed of pet, vrouwen soms een ingewikkelde combinatie van mutsen en daarbij horende sieraden. Aan die hoofdbedekking kun je vaak zien waar iemand vandaan komt. Soms geven kleine details ook informatie over beroep, religie of financiële mogelijkheden van de drager. Ook in de streekdracht willen jonge mensen er niet precies zo uit zien als de ouderen. Daardoor zien we een door de jaren heen veranderende mode in hoofdbedekkingen. De voorbeelden in dit overzicht geven een indruk van de grote variatie aan mutsen, hoeden en petten die in Nederland is gedragen.

Mutsen, hoeden rij 1

  • Kaphoed, westelijk Noord-Brabant, 1825-1900
  • Poffer of toer, behorend bij een muts, Heeswijk, 1940
  • 'Trapjesmuts' of 'droefjesmuts', Doornspijk, voor 1971
  • Doopmutsje voor dopeling, Staphorst, voor 1965
  • Meisjeskaper, Drenthe, 1880-1940
  • Verguld messing oorijzer met gouden stiften, Groningen
  • Reconstructie van 'foarvlechter', Hindeloopen, circa 1969
  • Karpoets van wollen laken, Urk, voor 1963
  • Gehaakte 'ongermuts' met vier motieven, Bunschoten, circa 1945
  • Kaphoed van katholieke dracht, Zuid-Beveland, 1825-1875
  • Verguld oorijzer, Pernis
  • Hullehoedje of 'suikerskeppie', Andijk, voor 1948
#FDAEAE